Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/264
264 De artikelen 2:383b-e BW en artikel 2:391 lid 2 BW
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366599:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 27 900, 2000/01, nr. 3 (MvT), p. 2.
Kamerstukken II, 27 900, 2000/01, nr. 3(MvT), p. 1. Deze wens werd al aangekondigd in de op 10 mei 1999 aan de Tweede Kamer toegezonden kabinetsreactie op het rapport van de Monitoring Commissie Corporate Governance, ook wel Commissie Peters II genaamd (Kamerstukken II, 1998/99, 25 732, nr. 8). Op 16 april 2002 wordt het wetsvoorstel 27 900 zonder beraadslaging aangenomen en bij wet van 18 april 2002 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede enige andere wetten in verband met de openbaarmaking van de bezoldiging en het aandelenbezit van bestuurders en commissarissen worden, na artikel 2:383a BW, de artikelen 2:383b t/m e ingevoerd (Stb. 2002, 225). De wet treedt in werking op 1 september 2002 (Stb. 2002, 422). Ook art. 2:391 BW wordt gewijzigd. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, die luidt: “De naamloze vennootschap waarop artikel 383b van toepassing is, doet voorts mededeling van het beleid van de vennootschap aangaande de bezoldiging van haar bestuurders en commissarissen en de wijze waarop dit beleid in het verslagjaar in de praktijk is gebracht.” Zie hierover onder andere Beckman 2002, p. 383; Van Wijngaarden 2001, p. 478-483; Van Wijngaarden 2002, p. 269-270.
De artt. 2:383c t/m e BW zijn overigens van toepassing op alle ‘open’ naamloze vennootschappen, zie art. 2:383b BW.
Een groot aantal beursgenoteerde vennootschappen legt de aanbevelingen van de Commissie Peters naast zich neer. De onvrede hierover leidt uiteindelijk tot een wetsvoorstel waarmee de artikelen 2:383c-e BW en art. 2:391 lid 2 BW worden geïntroduceerd.1 Aanleiding voor het wetsvoorstel is de uitdrukkelijke wens, dat bestuurders en commissarissen van vennootschappen in de financiële verslaggeving meer duidelijkheid verschaffen over hun bezoldiging en effectenbezit.2 Sinds de invoering van deze artikelen in 2002 zijn beursgenoteerde ondernemingen in Nederland onderworpen aan een verregaande verplichting tot openbaarmaking.3 In tegenstelling tot art. 2:383 BW geldt voor de artikelen 2:383 c-e BW niet dat opgave van de bezoldiging achterwege mag blijven in het bestuursverslag als de opgave tot individuen te herleiden is. De bezoldiging moet juist per individuele bestuurder openbaar worden gemaakt. De artikelen gaan dus een stap verder dan de aanbevelingen die werden gedaan door de Commissie Peters.