Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/6.5:6.5 Doorlooptijden
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/6.5
6.5 Doorlooptijden
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200804:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Regelmatig geven rechters tijdens de interviews aan dat er in hun ogen vaak te veel tijd verloren gaat tussen het moment dat een strafbaar feit wordt gepleegd en de behandeling van de strafzaak. Bij hun beoordeling van het functioneren van het strafrecht, speelt dit aspect een belangrijke rol. Soms lijkt het mede aan lange doorlooptijden te liggen dat een verdachte voor meerdere strafbare feiten tegelijk moet worden vervolgd. Bovendien constateren rechters dat deze zaken door het OM vaak niet samengevoegd op zitting worden gebracht. Dit stelt de rechter voor de vraag hoe daarmee om te gaan. Eén van de geïnterviewde rechters zegt er bij de straftoemeting wel rekening mee te houden als er meerdere openstaande dagvaardingen zijn. In een deel van de gevallen, zo menen rechters, is de afdoening van niet-samengevoegde zaken versnipperd.
‘Er moet voortgang in een zaak zitten. Morgen heb ik in de raadkamer een minderjarige jongen en die wordt verdacht van inbraak. Ik zag dat hij vijf keer gedagvaard was, in vijf verschillende strafzaken. Dat vind ik niet goed. Strikt genomen zal zijn advocaat morgen zeggen, is hij een first offender. (...) Al die zaken zijn nog niet behandeld en misschien is hij wel vijf keer ten onrechte opgepakt. In je achterhoofd tel je het wel mee, maar wat moet je daarmee? Ik tel het dus stiekem mee, maar het mag eigenlijk niet. Hoe kan het dat hij vijftien maanden geleden al is opgepakt voor een inbraak en dat daar nog geen zaak van is geweest? Als die zaak goed was aangepakt had hij nu niet weer hier gezeten. Ik ben voor voortvarend afhandelen. Maar daar heeft het OM ook een belangrijke verantwoordelijkheid.’
Hoewel in dit voorbeeld de rechter zich uitspreekt over strafbare feiten waar de verdachte nog niet voor is veroordeeld, zorgt zij op deze wijze voor een uitkomst die aansluit bij het rechtvaardigheidsgevoel van politiemensen, die vaak uitgaan van hun beeld van ‘feitelijke schuld’ in plaats van ‘juridische schuld’ (zie hoofdstuk 4).
Een belangrijk deel van het in hun ogen onnodige oponthoud wordt door rechters gelokaliseerd bij politie en OM. Vaak spelen hierbij praktische factoren een rol volgens rechters, zoals een gebrek aan afstemming in logistieke processen. Administratieve werkzaamheden zoals het tijdig samenstellen, betekenen, kopiëren en versturen van strafdossiers, leveren volgens hen regelmatig problemen op. Zowel officieren van justitie, als rechters menen dat de betrokken administratieve werkprocessen en verantwoordelijkheid te veel versnipperd zijn binnen het OM. Vrijwel alle geïnterviewde magistraten vinden dat problemen op dit vlak te vaak voorkomen en dat dit nadelige gevolgen heeft voor de doorlooptijden. Een kinderrechter:
‘Problemen [met schriftelijke stukken] leiden vooral tot ergernis en frustratie, maar ook wel tot langere doorlooptijden. Zaken worden vaak lang aangehouden omdat bijvoorbeeld op zitting er weer dingen bij komen die nog bij het dossier gevoegd moeten worden. Dan hebben we het complete dossier niet gehad. [In zo’n geval] moet je aanhouden, want iedereen moet alles bij elkaar zien, het hele plaatje.’
Rechters menen dat OM-medewerkers gemotiveerd zijn om zaken snel op zitting te brengen, maar door uiteenlopende logistieke problemen zou onnodig tijd verloren gaan. Op dit punt vinden veel rechters dat het OM onvoldoende presteert.
‘Op vrijdag hadden we vijf verdachten in een openlijk geweldzaak. Dit waren nu vervelende jongeren uit [deze stad]. Drie dagvaardingen waren te laat betekend. Dus al die advocaten vragen op zitting om aanhouding, want de termijn is niet in acht genomen: tien dagen voor de zitting moet het betekend zijn. Je kunt daar niet onderuit [als rechter]. Nu komt deze zaak pas na drie maanden weer op zitting. Dan baal ik als een stekker. (…) Het OM wil er bovenop zitten. Het was een heel vers feit, de zitting was ook vlot gepland. Het OM laat de laatste tijd veel steken vallen vind ik. Vaak worden dossiers te laat aangeleverd.’
Hoewel ook officieren van justitie bij het onderwerp doorlooptijden met name spreken over knelpunten binnen hun eigen organisatie, valt op dat rechters relatief weinig kritiek op de rechtspraakorganisatie uiten. Wel hebben rechters soms kritiek op de beoordeling die collega’s maken van onderzoeksverzoeken. In hun ogen zou daar regelmatig kritischer mee omgegaan kunnen worden en zouden de doorlooptijden van een deel van de zaken zo bekort kunnen worden.
Veel rechters menen dat (behalve in jeugdzaken) advocaten vaak aanhoudingsverzoeken doen en bijvoorbeeld getuigen willen oproepen, niet om hun cliënt vrij te krijgen, maar om het strafproces te rekken, in de hoop daarmee strafvermindering te verkrijgen voor hun cliënt. Geïnterviewde rechter-commissarissen willen behalve een kritischer beoordeling van de onderzoeksverzoeken dat zittingsrechters deze vaker slechts gedeeltelijk inwilligen. Verzoeken zijn volgens hen regelmatig onnodig omvangrijk en daarmee tijdrovend. In hun ogen kan een beperkt(er) aantal verhoren de benodigde informatie vaak al boven tafel brengen en zou de rechtspraak zo de doorlooptijd van sommige strafprocessen kunnen verkorten.
Uit deze paragraaf komt naar voren dat rechters menen dat deels praktische en organisatorische factoren van invloed zijn op het functioneren van het strafrecht. Niet per se due process overwegingen of bijvoorbeeld een juridisch argument over beoordeling van bewijs liggen eraan ten grondslag als een strafrechtelijke reactie na een strafbaar feit enige tijd op zich laat wachten. Ook in de prestaties op uitvoerend niveau en de wijze waarop het werk op dat niveau is georganiseerd liggen factoren die de uiteindelijke doorlooptijd en daarmee het resultaat bepalen.