Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/19
19 De oligarchische erfenis van de bezoldigde bestuurders
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369040:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Lange tijd werd nog uitgegaan van de verouderde institutionele opvatting dat de eigendom en zeggenschap in één hand verenigd waren. Ook de regelgeving omtrent de naamloze vennootschap steunde nog op deze opvatting. Doordat het aandeelhouderschap versplinterde, maar nog wel deze verouderde institutionele opvatting werd aangehangen, ontstond er ruimte voor een ‘managerial revolution’. Zie over deze ‘managerial revolution’ onder meer Burnham 1941.
Frentrop 2002, p. 229.
Polak 1931, p. 16/17.
Tekenbroek 1923, p.7.
Voogd 1989 p. 3.
Tekenbroek 1923, p. 99.
Uit deze tijd stamt de huidige beschermingsconstructie van AkzoNobel. De Stichting AkzoNobel houdt 48 prioriteitsaandelen. Hierdoor is het bestuur van de stichting, dat bestaat uit vier leden van de raad van commissarissen van AkzoNobel, bevoegd tot het nomineren voor benoeming van de leden van de raad van bestuur en de raad van commissarissen van AkzoNobel. Daarnaast heeft de houder van deze prioriteitsaandelen het recht wijzigingen van de statuten van AkzoNobel goed te keuren. Zie art. 25.3, art. 32.4 en art. 57.4 van de statuten van AkzoNobel van 2012.
Frentrop 2002, p. 234 en 241; Van Hasselt 1919, p. 155/156.
Frentrop 2002, p. 234.
Tekenbroek 1923, p. 99.
De posities van aandeelhouder en bestuurder komen in Nederland steeds meer los van elkaar te staan. Deze tendens wordt verder versterkt door de invoering van oligarchische clausules door het bestuur van de vennootschap. Doordat een verouderde institutionele opvatting wordt gehanteerd die de scheiding tussen het aandeelhouderschap en het bestuurderschap miskent, ontstaat er ruimte voor een ‘managerial revolution’,1 binnen het ondernemingsrecht in Nederland ook wel de opkomst van de oligarchie genoemd.2
“De macht van de algemene vergadering van aandeelhouders wordt daardoor in feite geringer, zij verschrompelt ineen tot een formaliteit, het bezoek is uiterst klein, veelal vergaderen bestuurders en commissarissen slechts met hun verwanten, hun personeel, hun juridische, bedrijfseconomische en comptabele raadgevers, een enkelen effectenhandelaar en eenige verslaggevers van dag- en vakbladen. Zoodoende worden de bestuurders en commissarissen schijnbaar onbeperkte heerschers in de onderneming, zoo ontstaat de oligarchie, onverschillig of die al dan niet in de statuten wordt bevestigd.”3
De rechten die aan het aandeel verbonden zijn en de medezeggenschap die aandeelhouders daarmee verwerven, zien de bestuurders als een last waarvan zij zich zoveel mogelijk proberen te ontdoen.4 Het bestuur wil niet overgeleverd zijn aan de willekeur van een toevallig geformeerde meerderheid van een kleine minderheid van alle aandeelhouders op de algemene vergadering van aandeelhouders (hierna: AVA).5 Dit leidt ertoe dat er diverse oligarchische clausules worden ingevoerd. De bestuurders worden hierbij geholpen door het gespreide aandelenbezit en de toegenomen afstand tussen de onderneming en de belegger. Hierdoor neemt de opkomst van aandeelhouders op de algemene vergaderingen af en wordt de macht van de AVA verkleind.6
In Europa zijn de verschillende naties – waaronder Nederland – bovendien bevreesd dat buitenlandse aandeelhouders het voor het zeggen krijgen binnen de grote nationale ondernemingen. Daarom wordt het beperken van de zeggenschap van aandeelhouders eveneens gestimuleerd door de overheden.
Zo werd in 1914, ingegeven door angst voor overnames door buitenlandse partijen en in strijd met het wetsvoorstel van Nelissen uit 1910, de mogelijkheid tot het doen van een bindende voordracht bij het benoemen van bestuurders geïntroduceerd.7 Terwijl in andere landen wordt gekozen voor het invoeren van aandelen met een meervoudig stemrecht, kiest de wetgever in Nederland voor het beperken van het stemrecht van alle aandeelhouders.
Niet iedereen is er overigens van overtuigd, dat de oligarchische clausules worden opgenomen in het landsbelang. Diverse auteurs, waaronder Polak, wijzen erop, dat “de clausule maar al te veel misbruikt wordt om het bestuur tot koning te maken, in plaats van ter handhaving van het nationale belang der naamlooze vennootschap”8
De zeggenschap binnen de beursgenoteerde ondernemingen verschuift op die manier nog verder van de aandeelhouders naar de bestuurders.9
“De algemene vergadering is in de praktijk een nietszeggend lichaam, de aandeelhouders zijn zich van hun beheersrechten ternauwernood bewust, zij zien in hun aandeel slechts een opbrengst-afwerpend fonds, voelen zich veeleer als schuldeiser dan als mede-eigenaar van de vennootschap en de feitelijke macht berust bij de bestuurders.”10
Ondertussen ontwikkelt de bestuurder/aandeelhouder zich ook in Nederland geleidelijk tot een professionele bezoldigde bestuurder. De professionele bezoldigde bestuurder erft hierdoor een overweldigende invloed binnen de onderneming, terwijl de aandeelhouders steeds verder van de onderneming af komen te staan.