FED 2026/39
Als beide partijen in beginsel de uitgangspunten van een Taxatiewijzer hebben aanvaard dan kan op onderdelen daarvan een voorbehoud worden gemaakt in WOZ-procedures.
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:234, m.nt. G. Groenewegen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Fierstra, Boerlage, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
22/03412
- Noot
G. Groenewegen
- JCDI
JCDI:BSD100573:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:234, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2023:1012, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑11‑2023
- Wetingang
Art. 17 lid 3 Wet WOZ en bewijslastverdeling
Essentie
Als beide partijen in beginsel de uitgangspunten van een Taxatiewijzer hebben aanvaard dan kan op onderdelen daarvan een voorbehoud worden gemaakt in WOZ-procedures.
Samenvatting
Als een partij de uitgangspunten van een Taxatiewijzer heeft aanvaard en daarna daarvan toch een afwijking bepleit, moet die partij gronden daarvoor stellen en bij betwisting aannemelijk maken dat die afwijking gerechtvaardigd is. Aangezien belanghebbende de kengetallen ten behoeve van het bepalen van de restwaarde van meet af aan expliciet heeft bestreden, is de bewijslast ten onrechte bij belanghebbende gelegd.
De procedure wordt verwezen en de Hoge Raad plaatst een opmerking, inhoudende dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.