Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.1:6.3.1 Niet-betaling als grond voor herziening
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.1
6.3.1 Niet-betaling als grond voor herziening
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS492182:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2016/17, 34 554, nr. 3, p. 34-35 (MvT).
Zulks ter onderscheid van een prijsrabat. Een rabat veronderstelt dat aan de prijsvermindering een feitelijke terugbetaling ten grondslag ligt (vgl. HvJ 29 mei 2001, nr. C-86/99, V-N 2001/35.27 (Freemans)).
Een prijsrabat en het ongedaan maken van de transactie, waarbij betaling wordt geretourneerd, zouden mijns inziens onder de tweede categorie vallen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 29 lid 7 Wet OB 1968 schrijft voor dat de ondernemer die ingevolge art. 15 Wet OB 1968 btw in aftrek heeft gebracht, ter zake van aan hem verrichte leveringen van goederen en diensten, het afgetrokken bedrag naar evenredigheid als belasting verschuldigd wordt op het tijdstip waarop komt vast te staan dat hij de vergoeding waarop dat bedrag betrekking heeft (i) niet of niet geheel zal betalen dan wel (ii) geheel of gedeeltelijk heeft terugontvangen. In de parlementaire toelichting merkt de wetgever op dat onder de eerste categorie niet alleen de niet-betaling vanwege financiële moeilijkheden, maar ook de prijsvermindering en de annulering van de transactie kunnen worden gebracht.1 Dat lijkt mij een juist uitgangspunt wanneer de prijsvermindering en de annulering niet (hoeven te) leiden tot een terugbetaling van de vergoeding: wat betreft de prijsvermindering zou dan sprake zijn van een (achteraf verleende) prijskorting2 en bij de annulering mag er nog geen betaling hebben plaatsgevonden.3 Mocht wel een terugbetaling van de vergoeding noodzakelijk zijn, dan zouden bedoelde situaties naar mijn idee onder de tweede categorie moeten vallen.
In dit onderdeel ga ik nader in op de gevolgen van niet-betaling. De hiervoor onderscheiden tweede categorie laat ik daarom links liggen. Ook prijskortingen en annuleringen van de transactie, voor zover deze onder de eerste categorie kunnen worden geschaard, laat ik onbehandeld. Achtereenvolgens sta ik stil bij de vraag wat onder niet-betaling moet worden verstaan (paragraaf 6.3.1.1), de systematiek aan de hand waarvan de correctie wegens niet-betaling moet worden gemaakt (paragraaf 6.3.1.2) en de vraag of niet-betaling van ten onrechte gefactureerde btw ook leidt tot een correctie op grond van art. 29 lid 7 Wet OB 1968 (paragraaf 6.3.1.3). In paragraaf 6.3.1.4 sta ik stil bij de Unierechtelijke aspecten van de regeling. Vervolgens ga ik in op de verhouding van art. 29 lid 7 Wet OB 1968 tot het rechtskarakter van de btw (paragraaf 6.3.1.5). Dit onderdeel wordt uitgeleid door paragraaf 6.3.1.6.
6.3.1.1 Gevallen van niet-betaling6.3.1.2 Correctie van het afgetrokken bedrag6.3.1.3 Geen correctie van ‘art. 37-btw’6.3.1.4 Verhouding tot het Unierecht6.3.1.5 Verhouding tot het rechtskarakter6.3.1.6 Slotsom