Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.7:4.7 Enquête
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.7
4.7 Enquête
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200770:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het volledige verslag is incl. bijlagen eerder gepubliceerd in: Kort, Fedorova & Terpstra (2014).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit voorgaande paragrafen is duidelijk geworden dat in de optiek van politiemensen de strafrechtspleging regelmatig tekortschiet. Hierbij gaat het om gevallen waarin de politie een verdachte van een strafbaar feit heeft opgespoord en proces-verbaal heeft ingestuurd naar het OM. Daarbij wijzen geïnterviewde politiemensen niet alleen naar officieren van justitie en rechters, maar ook naar knelpunten binnen de politie zelf.
Hoewel de interviews een duidelijk beeld hebben opgeleverd van de opvattingen onder politiemensen over het strafrecht, waarbij tijdens de interviews in detail kon worden ingegaan op concrete zaken en op diverse achtergronden hierbij, blijft de vraag in hoeverre de hier gepresenteerde bevindingen gegeneraliseerd mogen worden naar Nederlandse politiemensen in het algemeen. Na afloop van de interviewfase in dit onderzoek dreigden twee risico’s. Ten eerste zouden de bevindingen over onvrede onder politiemensen kunnen worden afgedaan als geïsoleerde incidenten. Tegelijkertijd was er het risico de aangetroffen ontevredenheid en de mogelijke gevolgen daarvan te overschatten. Om deze reden is besloten het onderzoek niet te beperken tot een kwalitatief diepteonderzoek, maar ook een enquête uit te voeren om vragen te kunnen beantwoorden als deze: Hoe vaak menen politiemensen in Nederland dat het strafrechtelijk vervolg op hun werk ontbreekt of onvoldoende is? Hoe vaak komen bepaalde opvattingen hierover voor? Hoe algemeen treden in voorgaande genoemde reacties op onder politiemensen? Hoe vaak noemen zij bepaalde oorzaken van problemen en hoe vaak bepaalde gevolgen? In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op: opvattingen over het strafrechtsysteem (4.7.1), gevolgen van opvattingen die politiemensen hebben over strafrecht (4.7.2) en tot slot wordt stilgestaan bij enkele achtergronden (4.7.3).
De enquête is uitgevoerd door middel van een internetenquête. Deze is in 2013 uitgezet binnen vier van de (huidige) eenheden van de Nationale Politie. In totaal zijn 1600 politiemensen met functies in het uitvoerende werk benaderd met het verzoek de enquête in te vullen. Uiteindelijk zijn 558 enquêtes volledig ingevuld en daarmee bruikbaar voor analyse. Om de respondenten zoveel mogelijk te interesseren voor de enquête (en het aantal ‘afhakers’ te beperken) zijn de vragen over achtergrondkenmerken pas aan het eind gesteld. Dit had als gevolg dat onvolledig ingevulde vragenlijsten grotendeels niet geanalyseerd konden worden. Deze blijven daarom buiten beschouwing. De respons lag gemiddeld op 35 procent. De resultaten van deze enquête en de analyse daarvan worden hier op hoofdlijnen besproken.1 Aan het einde van de vragenlijst konden respondenten een schriftelijke reactie invullen over de onderwerpen van de enquête, alsmede over de enquête zelf. Soms wordt verwezen naar deze opmerkingen van respondenten.
4.7.1 Opvattingen over het strafrechtsysteem4.7.2 Gevolgen4.7.3 Achtergronden