BNB 2026/151
Verhuurderheffing. Strijd met internationale verdragen. Geen koppeling tussen inkomensafhankelijke huurverhoging en verhuurderheffing. Vergelijkbaarheid met box 3-heffing. Ongelijke behandeling enig-eigenaren en mede-eigenaren voldoende voortvarend opgeheven
HR 26-06-2026, ECLI:NL:HR:2026:804, m.nt. J.P. Boer
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 juni 2026
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Fierstra, Faase, Cools, Peters*
- Zaaknummer
24/02642
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
J.P. Boer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD126603:1
- Vakgebied(en)
Verhuurderheffing (V)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2026
ECLI:NL:HR:2026:804, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑06‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:264, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑02‑2025
- Wetingang
Wet Maatregelen woningmarkt 2014 II; art. 14 EVRM; art. 1 Protocol 1 EVRM: art. 26 IVBPR
Essentie
Verhuurderheffing. Strijd met internationale verdragen. Geen koppeling tussen inkomensafhankelijke huurverhoging en verhuurderheffing. Vergelijkbaarheid met box 3-heffing. Ongelijke behandeling enig-eigenaren en mede-eigenaren voldoende voortvarend opgeheven
Samenvatting
Belanghebbende (X BV) heeft voor de jaren 2019 tot en met 2021 op aangifte verhuurderheffing voldaan. Volgens belanghebbende is de verhuurderheffing op stelselniveau in strijd met de fair balance van het eigendomsgrondrecht opgenomen in art. 1 Protocol 1 EVRM, omdat de inkomensafhankelijke huurverhoging (IAH), waaruit de heffing moet worden betaald, ongeoorloofde staatssteun vormt en tot ongelijke behandeling van verhuurders leidt. Voorts is de verhuurderheffing in strijd met het discriminatieverbod en het eigendomsgrondrecht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.