Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.4.6:6.3.4.6 Slotsom
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.4.6
6.3.4.6 Slotsom
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS495435:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 29 lid 8 Wet OB 1968 voorziet in een correctie op de ‘correctie vooraftrek’ bij een ‘betaling alsnog’. De afnemer die zijn eerder als oninbaar geoormerkte vordering toch nog betaalt, komt zodoende een nieuw recht op teruggaaf toe. De tekst van de bepaling is zo geredigeerd dat dit nieuwe recht op aftrek alleen kan worden uitgeoefend als de btw eerder op de voet van art. 29 lid 7 Wet OB 1968 feitelijk is gecorrigeerd. Dit lijkt mij juist als de éénjaarstermijn geen fataal karakter toekomt. De herzieningssystematiek bij een betaling alsnog moet naar mijn idee zo worden uitgelegd dat de btw alleen opnieuw voor aftrek in aanmerking komt, indien en voor zover de btw ook zonder toepassing van art. 29 Wet OB 1968 voor aftrek in aanmerking was gekomen. Hoewel de regeling (conceptueel bezien) geheel in overeenstemming is met het rechtskarakter van de btw, meen ik dat de geldigheid tegen de achtergrond van het Unierecht op losse schroeven staat.