Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang
Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/7.4.1:7.4.1 Inleiding
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/7.4.1
7.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS349223:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 7.3.2 is uiteengezet dat verschillende houders van economische belangen bij aandelen enquêtegerechtigd zijn. In paragraaf 7.3.3 kwam aan de orde dat het handelen van de houder van een economisch belang onder omstandigheden aanleiding kan zijn tot het bevelen van een onderzoek en dat het onderzoek zich tot dat handelen kan uitstrekken. In paragraaf 7.3.4 is behandeld dat en hoe voorzieningen betrekking kunnen hebben op de positie van de houder van een economisch belang. Over de laatste twee aspecten zal niet veel controverse bestaan. De omstandigheden kunnen aanleiding geven tot een onderzoek van een bepaalde reikwijdte en tot het treffen van voorzieningen; dat daarbij de positie van een economisch belanghouder in het geding is, is dan geen belemmering. Dat roept weinig fundamentele vragen op. Ten aanzien van het eerste aspect, de toegang tot het enquêterecht, ligt verschil van mening meer voor de hand. Daar gaat het om een bevoegdheid die de houder van een economisch belang zelf kan uitoefenen, terwijl uitoefening van dat recht voor de vennootschap doorgaans bezwaarlijk is.