Inhoudsopgave
WFR 2025/104:Nemen fiscalisten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus?
WFR 2025/104
Nemen fiscalisten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus?
Documentgegevens:
Prof. dr. L.G.M. Stevens, datum 07-04-2025
- Datum
07-04-2025
- Auteur
Prof. dr. L.G.M. Stevens1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2818:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst, Dienst Toeslagen, Douane
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Leo Stevens is emeritus hoogleraar Fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Inleiding door Leo Stevens bij het WFR Fiscaal Café van 20 maart 2025 ‘Nemen fiscalisten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus?’, ter gelegenheid van zijn afscheid van de redactie van het Weekblad fiscaal recht.
Deze aflevering van WFR Fiscaal Café is voor mij een bijzonder cadeau, aangeboden door de Redactie van WFR. Ik mocht het geheel zelf invullen. Ik heb toen spontaan gekozen voor een debat over de vraag of fiscalisten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid voldoende serieus nemen.
Eigenlijk heeft deze verbinding tussen de fiscale wetenschap en de maatschappelijke verantwoordelijkheid mijn hele fiscale loopbaan bepaald. Het begon al tijdens mijn studie, thans meer dan 50 jaar geleden, toen ik − naar ik meen in 1969 − samen met enkele studiegenoten aan de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg, de eerste Belastingwinkel oprichtte. Wij werden ondersteund door enthousiaste hoogleraren en docenten van de Fiscaal Economische studierichting. Gratis belastinghulp door studenten voor lage inkomensgenieters en minvermogenden. Maatschappelijk een waardevolle hulp bij aangifte. Voor de studenten een unieke praktische aanvulling op hun studie voor leerstukken die in de colleges amper aan de orde kwamen. Later heb ik dat initiatief met liefde en plezier gekopieerd aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Vervolgens was mijn proefschrift, ‘Belasting naar draagkracht’ uit 1980, een compilatie en analyse van de knarsende wisselwerking tussen de theoretische beschouwing van de aan het belastingsysteem ten grondslag liggende grondbeginselen en de maatschappelijke werkelijkheid. Op allerlei terreinen speelde de vraag hoe de afstand tussen de mooie theorie en de gebrekkige praktijk kon worden overbrugd. Die fascinatie heeft er ook voor gezorgd dat ik mijn kroonlidmaatschap bij de SER en mijn docentschap heb mogen ervaren als mijn meest bevredigende interactie tussen wetenschap en praktijk.
Nog steeds beleef ik de verstrengeling van de onafhankelijke en integere fiscale wetenschap met de maatschappelijke verantwoordelijkheid om het rechtsstatelijk karakter van de samenleving te beschermen tegen de onbesuisde krachten van de macht, als een kernactiviteit. Nederlandse fiscalisten hebben via allerlei instituties een grote rol gespeeld in de opbouw van de internationale fiscale rechtsorde en we moeten die ambitie blijven koesteren. Juist op een terrein zoals de belastingheffing waar de overheid haar zwaardmacht uitoefent, moeten de rechtsstatelijke grenzen zorgvuldig worden bewaakt en tegen uitholling behoed. Naar mijn mening behoort de wetenschapper als mens én als beroepsbeoefenaar dienstbaar te zijn aan de instandhouding − en zo mogelijk versterking − van een democratische rechtsstaat en het maatschappelijk besef tot ontwikkeling te brengen dat maatschappelijke verbindende samenwerking meerwaarde biedt. Economen plegen dat fenomeen te omschrijven als een win-winsituatie. Dáárover wilde ik het graag vanmiddag met jullie hebben.
Pikant detail is dat dit plaatsvindt in Sociëteit De Witte, de plaats waar Minister N.G. Pierson als lid werd verguisd (geroyeerd) omdat hij in 1892 tegen de zin van de regenten de basis heeft gelegd voor onze huidige inkomstenbelasting. Hij deed dit door via de sluiproute van de Wet Vermogensbelasting 1892 in feite een inkomstenbelasting in het leven te roepen op basis van een vermogensrendementsbenadering. Toen was het om privacyredenen maatschappelijk nog niet haalbaar een reële inkomstenbelasting te heffen.
Graag vraag ik thans uw aandacht voor de inleiders die tot mijn grote vreugde bereid zijn geweest op mijn vraagstelling te reageren en met u daarover het debat aan te gaan.