Inhoudsopgave
NJB 2026/234:Naar een generieke regeling inzake oneerlijke handelspraktijken tussen ondernemers?
NJB 2026/234
Naar een generieke regeling inzake oneerlijke handelspraktijken tussen ondernemers?
Documentgegevens:
Robert Hardy, datum 02-02-2026
- Datum
02-02-2026
- Auteur
Robert Hardy1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD43808:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
EU-recht / Algemeen
Intellectuele-eigendomsrecht / Octrooirecht
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Vermogensrecht / Europees vermogensrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Staatsrecht / Rechtspraak
- Wetingang
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel het Nederlandse recht geen generieke regeling kent voor oneerlijke handelspraktijken in B2B-verhoudingen, laat de recente ontwikkeling van sectorale wetgeving, EU-regels en rechterlijke uitspraken een duidelijke beweging zien richting meer bescherming van (met name kleinere) ondernemers tegenover machtigere contractspartijen. Deze bijdrage onderzoekt belangrijke ontwikkelingen binnen dit landschap en gaat in op de vraag of sprake is van een bredere tendens richting een algemene B2B-regeling voor oneerlijke handelspraktijken.
Nederland kent niet een generieke regeling inzake oneerlijke handelspraktijken tussen ondernemers onderling (Business-to-Business, B2B). Sinds 15 oktober 2008 kunnen consumenten in Nederland een beroep doen op afdeling 6.3.3A (artikelen 6:193a-j) in het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.