AB 2024/36
Interstatelijk vertrouwen. Dublinoverdracht aan Denemarken. Geen risico op indirect refoulement voor Syriërs.
ABRvS 06-09-2023, ECLI:NL:RVS:2023:3286, m.nt. L. Hillary
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
6 september 2023
- Magistraten
Mrs. H.G. Sevenster, D.A. Verburg, B. Meijer
- Zaaknummer
202206466/1/V3
- Noot
L. Hillary
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS942845:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Vreemdelingenprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2023:3286, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 06‑09‑2023
- Wetingang
Dublinverordening; art. 3 EVRM; art. 4 Handvest Grondrechten EU
Essentie
In deze uitspraak oordeelt de Afdeling dat er, anders dan in de uitspraak van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1864, niet langer sprake is van een evident en fundamenteel verschil tussen het Deense en het Nederlandse beschermingsbeleid voor Syriërs. Daardoor loopt de vreemdeling geen reëel risico op indirect refoulement als hij terug moet naar Denemarken.
Samenvatting
Om te beginnen betrekt de Afdeling de inlichtingen die de staatssecretaris bij de Deense autoriteiten heeft ingewonnen over het beschermingsbeleid voor Syrië bij haar oordeel. De Deense autoriteiten hebben in een brief van 9 augustus 2022 hun reactie gegeven. De Afdeling maakt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.