Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/3.14
3.14 Wie controleert?
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS299011:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vanuit het rechtseconomische perspectief moet er van worden uitgegaan dat ook de commissaris in beginsel geneigd is zijn eigen belang boven dat van de vennootschap te plaatsen (zie hierover reeds voetnoot 191). Hoewel dit een wel erg rechtseconomische benadering is (die ook veeleer ziet op leden van een one-tier board, die toch een andere positie hebben) en de commissaris in de praktijk in veel gevallen wel degelijk erop zal toezien dat de bestuurder zich richt op het vennootschappelijk belang, lijkt de raad van commissarissen geen structurele oplossing. Zie ook voetnoot 191 van dit hoofdstuk. Bovendien kan het ook bij commissarissen fout gaan. Voorbeelden hiervan zijn het voornoemde Doetinchemse IJzergieterij-arrest (HR 1 april 1949, NJ 1949, 465 m.nt. PhANH (Doetinchemse IJzergieterij)) en de Mulder Boskoop zaak (Rb. ’s-Gravenhage 15 mei 1988, KG 1988, 250), aldus Honée (Honée 1996). Recentelijk is ook in het kader van woningcorporaties, waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van de stichting met een bestuur en raad van commissarissen, het ontbreken van een ‘ledenachtig’ orgaan aan de orde gekomen. Zie in dit verband: Hoofdrapport parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties, p. 100.
Denk aan de mogelijkheid van een kort geding of enquêteprocedure. Op deze mogelijkheden zal in hoofdstuk 7 nader in worden gegaan.
Denk hierbij aan het voorstel van Eijsbouts, om belanghebbenden de mogelijkheid te geven een verzoek aan de Advocaat-Generaal bij het Hof Amsterdam om een enquête-verzoek in te dienen bij de Ondernemingskamer (Eijsbouts 2010, p. 101).
De holistische leer lijkt de redder van het belangenpluralisme te zijn. Eén probleem resteert echter, namelijk het reeds beschreven probleem dat er geen geschikt orgaan is om toezicht te houden op het bestuur en de raad van commissarissen.1 Wanneer het aandeelhoudersbelang (op de lange termijn) als richtlijn wordt aangenomen, zou de algemene vergadering van aandeelhouders het juiste orgaan zijn geweest. De algemene vergadering van aandeelhouders krijgt echter niet de juiste prikkels om het belang van de vennootschap te behartigen. De aandeelhouders zullen in beginsel geneigd zijn hun eigen belang te behartigen. Een ander orgaan ligt ook niet direct voor de hand, omdat er in mijn ogen geen orgaan is van wie het belang volledig overeenkomt met het eigen belang van de vennootschap. Dit orgaan is mijns inziens ook niet te creëren.
Er zijn wel andere mogelijkheden om deze ‘agency costs’ te beperken, welke overigens wel al in bepaalde mate in het huidige ondernemingsrecht terugkomen. Allereerst dient nogmaals te worden opgemerkt dat door de holistische leer te hanteren het vennootschappelijk belang voor het bestuur een relatief goed te bepalen richtlijn wordt. Om effectief controle op het bestuur mogelijk te maken, dienen echter ook andere belanghebbenden, waaronder aandeelhouders en werknemers, het vennootschappelijk belang goed te kunnen bepalen. Derhalve is nodig dat het bestuur transparant is met betrekking tot informatie over de vennootschap. Vervolgens is het van belang dat – wanneer de andere belanghebbenden over voldoende informatie beschikken – deze belanghebbenden de mogelijkheid krijgen in te grijpen wanneer het bestuur niet het vennootschappelijk belang, maar een ander belang, behartigt. Deze mogelijkheid bestaat al,2 maar zou nog verder kunnen worden versterkt.3 Belanghebbenden zullen ook van deze mogelijkheid gebruik maken, wanneer het vennootschappelijk belang meer in hun belang is dan het door het bestuur genomen besluit en de kosten van ingrijpen lager zijn dan de (potentiële) baten. In dit kader is het wel van belang om deze mogelijkheid aan zoveel mogelijk belanghebbenden toe te kennen, anders zal het bestuur haar eigen belang behartigen ten koste van het belang van diegenen die geen mogelijkheid tot ingrijpen hebben.