Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/4.3.7
4.3.7 Bespreking; relevante kenmerken voor toekenning enquêtebevoegdheid
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS344336:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Naar aanleiding van de beschikkingen inzake Scheipar en Butôt is nog wel de vraag opgeworpen (en bevestigend beantwoord) of hetgeen de Hoge Raad oordeelde over certificaten ook toepassing kon vinden bij aandelen, zie bijvoorbeeld Asser-Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/738 en G.T.M.J. Raaijmakers, Synthetische aandelenbelangen in beursvennootschappen, in: G.T.M. J. Raaijmakers en R. Abma, Achter de schermen van beursaandeelhouders, Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’, Deventer: Kluwer 2007, p. 40. Uit de beschikking inzake Chinese Workers kan worden afgeleid dat dit oordeel inderdaad ook voor aandelen geldt.
Vergelijk B.F. Assink | W.J. Slagter, Compendium Ondernemingsrecht (Deel 2), Deventer: Kluwer 2013, p. 1626, 1627 en P. van Schilfgaarde in zijn noot onder HR10 september 2010, NJ 2010/665 (Butôt) sub 4.
Ook mogelijk is een onverdeelde huwelijksgoederengemeenschap, Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 5 maart 2008, ARO 2008/53 (Kalf-Valk Beheer).
H. Koster, Bespiegelingen over de economische werkelijkheid in het ondernemingsrecht, WPNR 2014/7037, p. 992-998, sub 3, sluit niet uit dat een tot enquêtebevoegdheid leidend economisch belang gebaseerd kan zijn op niet-contractuele omstandigheden zoals onrechtmatige daad.
Anders: K. Spruitenburg, De economische gerechtigdheid in het enquêterecht: follow the money, in: G.C. Makkink, M.P. Nieuwe Weme en A.J. van Wees, Ik ben niet overtuigd, Opstellen aangeboden aan mr. P. Ingelse, Prinsengrachtreeks, Nijmegen: Ars Aequi Libri, 2015, p. 463-469, die uit de feiten in de Chinese Workers-beschikking wel het bestaan van een vorderingsrecht afleidt. Zie voorts Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 19 juli 2016, JOR 2016/272 m.nt. Spruitenburg (FEIST), waar met toepassing van de criteria van de Slotervaartziekenhuis-beschikking enquêtebevoegdheid werd aangenomen van een economisch belanghouder/aandeelhouder (Soops) in een tussenliggende vennootschap (EDG) ten aanzien van de gerekwestreerde vennootschap (FEIST). Onder de relevante omstandigheden voor gelijkstelling was de aandeelhoudersovereenkomst tussen Soops en EDG, die bepaalde: “Partijen komen overeen de uit dividenden van FEIST ontvangen winsten van EDG (...) te (doen) bestemmen voor een uitkering van dividenden aan de aandeelhouders van EDG. (...)” (zie rov. 2.9, 3.5 en 3.6). Mijns inziens levert die bepaling in de aandeelhoudersovereenkomst geen vorderingsrecht op voor Soops als aandeelhouder van EDG; van zo’n vorderingsrecht is pas sprake als EDG winst maakt en daadwerkelijk dividend wordt vastgesteld.
Vergelijk S.F. van Dalen, De economische werkelijkheid en enquêtebevoegdheid, Onderneming & Financiering 2015/2, p. 13.
Dit lijkt ook C.D.J. Bulten te concluderen in C.D.J. Bulten, Chinezen in het ziekenhuis?, Ondernemingsrecht 2014/124 paragraaf 9, net als M. Josephus Jitta in zijn noot onder de Scheipar-beschikking, Hoge Raad 6 juni 2003, JOR 2003/161 sub 3 en 4.
Vergelijk over de verschaffer van risicodragend kapitaal B.F. Assink | W.J. Slagter, Compendium Ondernemingsrecht (Deel 2), Deventer: Kluwer 2013, p. 1626, 1627 en over de vraag wanneer sprake is van het verschaffen van risicodragend kapitaal H. Koster, Bespiegelingen over de economische werkelijkheid in het ondernemingsrecht, WPNR 2014/7037, p. 992-998, sub 5.
In mijn bijdrage “Synthetische belangen en het enquêterecht”, in: A.M. Boot, F.G.K. Overkleeft en F.E. Vermeulen (red.), Wie is de Mol? – Liber Amicorum Harmen de Mol van Otterloo, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2014, p. 125-144, paragraaf 4, leidde ik het vereiste van een belang bij bestaande aandelen af uit het in de TESN-beschikking genoemde vorderingsrecht jegens een aandeelhouder. Dat vorderingsrecht is gelet op de Chinese Workers-beschikking geen voorwaarde meer. Het vereiste van een belang bij bestaande aandelen volgt echter ook uit de voorwaarde dat de relevante partij verschaffer van risicodragend kapitaal is.
Aan de hand van deze jurisprudentie vallen de volgende kenmerken te onderscheiden die van nut kunnen zijn bij het aanbrengen van structuur in de verscheidenheid aan synthetische (economische) belangen.
a. (Positief) economisch belang
De Hoge Raad oordeelt dat enquêtebevoegdheid toekomt aan de verschaffer van risicodragend kapitaal, dat wil zeggen aan de partij voor wiens rekening en risico de aandelen of certificaten1 worden gehouden, en wiens belang op één lijn kan worden gesteld met het belang van een aandeelhouder of certificaathouder. Daaruit volgt dat slechts een positief belang in het aandeel of certificaat in aanmerking komt voor enquêtebevoegdheid. Daaruit volgt ook dat een crediteur van de vennootschap geen verschaffer van risicodragend kapitaal in deze zin is.2
b. Eisen aan de aard van het verband tussen economisch belang en aandeel
Ook de aard van het verband tussen het economische belang en het aandeel of certificaat is relevant. De aard van dat verband is vermoedelijk een omstandigheid die moet worden meegewogen bij de beantwoording van de vraag of het economische belang op één lijn kan worden gesteld met het belang van een aandeelhouder of certificaathouder als bedoeld in de Slotervaartziekenhuis-beschikking.
Uit de besproken beschikkingen blijkt niettemin dat verschillende soorten schakels tussen aandeel of certificaat enerzijds en de houder van het economische belang anderzijds tot enquêtebevoegdheid kunnen leiden. De tussenschakel kan een contract zijn (Scheipar), een onverdeelde gemeenschap (zoals een nalatenschap, Butôt3) of een vennootschap zonder (andere) ondernemingsactiviteiten (Chinese Workers).4
Waar op basis van de Scheipar, Butôt- en TESN-beschikkingen kon worden aangenomen dat de tussenschakel een vorderingsrecht of vermogensrecht ten aanzien van de opbrengsten en/of het onderliggende aandeel of certificaat zou moeten behelzen, lijkt dat gelet op de beschikkingen inzake Chinese Workers en Slotervaartziekenhuis toch niet noodzakelijk. Immers, een belang gehouden via een andere vennootschap levert geen vorderingsrecht op ten aanzien van de opbrengsten en/of het onderliggende aandeel of certificaat (maar slechts ten aanzien van, kort gezegd, uitkeringen zoals vastgesteld door de aandeelhoudersvergadering uit de voor uitkering vatbare winst of reserves).5 Gelet op de beschikkingen in Scheipar, Butôt en TESN vormt zo’n vorderingsrecht mogelijk wel een extra reden het belang van de economisch belanghouder op één lijn te stellen met dat van een aandeelhouder. Het verband behoeft evenmin zeggenschap voor de houder van het economische belang mee te brengen, al is denkbaar dat indien sprake is van (enige vorm van) zeggenschap dit wel sneller tot de conclusie leidt dat het belang op één lijn kan worden gesteld met dat van een aandeelhouder.6
Uit het oordeel dat enquêtebevoegdheid toekomt aan de partij voor wiens rekening en risico de aandelen of certificaten worden gehouden (Scheipar, Butôt, TESN) dan wel aan de verschaffer van risicodragend kapitaal (Butôt, Chinese Workers, Slotervaartziekenhuis) valt af te leiden dat de houder van het economisch belang het gehele belang bij het onderliggende aandeel of certificaat dient te hebben. Een gedeeltelijk belang lijkt onvoldoende, zij het dat de omstandigheden van het geval, waar de Hoge Raad in de Slotervaartziekenhuisbeschikking de aandacht voor vraagt, tot een andere conclusie kunnen leiden.
Het valt op dat in de zaken waarin de economisch gerechtigde enquêtebevoegd werd geacht, steeds sprake was van één schakel tussen de houder van het economische belang enerzijds en de aandeelhouder of certificaathouder anderzijds (Scheipar, Butôt, Chinese Workers). Een belang gehouden via meer schakels, een trust en een buitenlandse vennootschap, leidde niet tot enquêtebevoegdheid (TESN). Toch lijkt een zekere stapeling van schakels niet onmiddellijk tot de conclusie te leiden dat er geen enquêtebevoegdheid bestaat indien wel aan de andere voorwaarden is voldaan. De formulering in de beschikkingen inzake Chinese Workers en Slotervaartziekenhuis sluit een stapeling niet uit en het ruime begrip “juridische constructie” dat de Hoge Raad in de Scheipar beschikking gebruikte (rov. 3.5.3) al evenmin.7
De vraag of de vennootschap meewerkte aan het ontstaan van het economische belang of daarvan op de hoogte was is blijkens de beschikkingen niet relevant. Verdedigbaar is overigens dat medewerking door de vennootschap aan het ontstaan van het economisch belang een omstandigheid is die kan bijdragen aan de gelijkstelling van de houder van een economisch belang met het belang van een aandeelhouder of certificaathouder. Dat zou in ieder geval in lijn zijn met de reden om de certificaathouder rechten te verlenen, zie paragraaf 4.2.2 en 4.2.3.
Voorts geldt dat in de beschikkingen slechts belangen bij één soort aandeel of certificaat tot enquêtebevoegdheid hebben geleid. Belangen in aandelen gehouden via mandjes of indices van aandelen zijn niet aan de orde geweest. Dat die tot enquêtebevoegdheid kunnen leiden is bepaald niet uitgesloten. Een belang in certificaten die op aandelen in twee verschillende vennootschappen betrekking hebben, een belang in een onverdeelde nalatenschap met aandelen in verschillende vennootschappen en een contrat fiduciaire ten aanzien van aandelen in verschillende vennootschappen zouden tot enquêtebevoegdheid moeten leiden mits aan de numerieke drempel van artikel 2:346 BW is voldaan.
c. Belang bij bestaande aandelen
Ten slotte valt uit het oordeel dat enquêtebevoegdheid toekomt aan de verschaffer van risicodragend kapitaal (Butôt, Chinese Workers, Slotervaartziekenhuis) af te leiden dat slechts een belang bij bestaande onderliggende aandelen kan leiden tot enquêtebevoegdheid.8 De houder van een economisch belang dat niet op bestaande maar op fictieve aandelen is beschouwd, valt immers niet te beschouwen als verschaffer van risicodragend kapitaal; voor zijn rekening is niets aan de vennootschap verschaft.9