Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/3.2:3.2 Opzet en uitvoering onderzoek
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/3.2
3.2 Opzet en uitvoering onderzoek
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200815:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met dit onderzoek wordt beoogd patronen en verschillen zichtbaar te maken in opvattingen van politiemensen en magistraten over strafrecht. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in die opvattingen het spanningsveld tussen due process en crime control en tevens de verschillende doelen die met het strafrecht bereikt kunnen worden, te onderscheiden zijn. Tijdens het onderzoek wordt gebruik gemaakt van de volgende binnen kwalitatief onderzoek gangbare aandachtspunten (vgl. Babbie, 2001: 359-370): Welke opvattingen komen vooral voor? Hoe sterk zijn deze opvattingen? Welke onderlinge relaties zijn er? Doel is niet tot op individueel niveau opvattingen te kunnen voorspellen of uitleggen, maar bij te dragen aan een algemene verklaring van de wijze waarop binnen de belangrijkste strafrechtelijke instituties tegen de strafrechtspleging wordt aangekeken (vgl. Babbie, 2001: 33).
In dit onderzoek wordt de nadruk gelegd op het beschrijven en verklaren van opvattingen over het functioneren van het strafrecht. Om opvattingen over strafrecht en daaraan ten grondslag liggende factoren te kunnen achterhalen die (grotendeels) niet eerder zijn onderzocht, is gebruik gemaakt van open interviews. Tijdens interviews kan uitgebreid worden ingegaan op wat betrokkenen in de strafrechtsketen zelf bezighoudt. Vervolgens worden in het verzamelde empirisch materiaal door middel van codering en vergelijking met bestaande theoretische inzichten, patronen zichtbaar gemaakt en kan worden geanalyseerd in hoeverre deze inzichten empirisch worden ondersteund of bijstelling behoeven (Babbie, 2001: 284-285). Een tekortkoming van deze methode is wel dat opvattingen en de achtergronden daarvan, alleen in kaart kunnen worden gebracht op basis van wat de geïnterviewde personen daar zelf over vertellen en niet gerelateerd kunnen worden aan beslissingen in concrete zaken of observatie van werksituaties. Door opvattingen en achtergronden daarvan te beschrijven voor drie verschillende groepen, ontstaat de mogelijkheid een vergelijking te maken. Daarbij wordt vergeleken hoe binnen de verschillende groepen wordt aangekeken tegen het functioneren van het strafrecht, de mogelijke spanning tussen due process en crime control en de verschillende strafdoelen. Dit onderzoek bestaat uit twee elkaar opvolgende delen. Hieronder wordt nader beschreven welke onderzoeksmethoden zijn gebruikt om de geformuleerde onderzoeksvragen te beantwoorden.
3.2.1 Onderzoeksopzet deel 1: Politiemensen over strafrecht3.2.2 Onderzoeksopzet deel 2: Officieren van justitie en rechters over strafrecht