Einde inhoudsopgave
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/5.3.1
5.3.1 Binnen de grenzen van de rechtsstrijd
mr. P.S. Bakker, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
mr. P.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS589667:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het klassieke voorbeeld betreft het geval dat de vordering van eiser abusievelijk op onrechtmatige daad is gebaseerd, maar toewijsbaar is op grond van wanprestatie. In dat geval moet de rechter de vordering op grond van wanprestatie toewijzen.
HR 24 februari 2012, NJ 2012, 143.
Zie Crommelin 2007, p. 99. Zie ook Smith 2004, p. 55. Zie (mede vanuit bestuursrechtelijke optiek) voorts Kooper 2002, p. 85. Zie ook, met verwijzing naar jurisprudentie en literatuur, de conclusie van A-G Wesseling-Van Gent bij HR 9 december 2011, nN 2012, 16. Vgl. voorts Lewin 2011, p. 12-19.
Van ambtshalve aanvulling binnen de grenzen van rechtsstrijd wordt algemeen aangenomen dat zij steeds is geboden, waar een partij in rechte verzuimt de juiste rechtsgrond voor haar vordering of verweer aan te voeren, maar wel de nodige omstandigheden stelt en het daaruit voortvloeiende rechtsgevolg inroept.1 In zo'n geval dient de rechter ambtshalve zelf de juiste rechtsgrond aan te voeren. De Hoge Raad merkt over deze vorm van ambtshalve aanvulling op:
"4.5.2 (...) Voor ambtshalve aanvulling van rechtsgronden door de rechter is noodzakelijk, maar ook voldoende, dat een partij zodanige feitelijke stellingen aan zijn vordering ten grondslag legt dat deze — eventueel in onderling verband en samenhang bezien, mits voor zowel de rechter als de wederpartij duidelijk genoeg is dat de desbetreffende stellingen (mede) in die samenhang of dat verband ten grondslag worden gelegd aan de vordering — toewijzing van de vordering kunnen rechtvaardigen op de door de rechter bij te brengen rechtsgrond."2
Bij deze, meest gebruikelijke vorm van ambtshalve toepassing treedt de rechter derhalve niet in de beoordeling van feiten of stellingen die niet aan de vordering van eiser of het verweer van gedaagde ten grondslag zijn gelegd. De door partijen getrokken grenzen van het juridisch geschil worden gerespecteerd.3