Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.5.2:4.5.2 Kwaliteitsaspecten
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.5.2
4.5.2 Kwaliteitsaspecten
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200842:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Niet alleen beperkingen in de capaciteit bij de politie en de daarmee verbonden prioritering en capaciteitsverdeling worden door de geïnterviewde politiemensen aangewezen als belangrijke binnen de politie gelegen oorzaken van tegenvallende strafrechtelijke uitkomsten, maar ook de soms gebrekkige kwaliteit van het politiewerk. Uiteenlopende aspecten komen daarbij aan de orde. De belangrijkste worden hier genoemd.
Ten eerste blijkt een elementair onderdeel van het opsporingswerk, namelijk de aangifte, soms niet goed op papier te komen. Een deel van de politiemensen zou de deskundigheid missen om te kunnen bepalen welke elementen van het verhaal van een burger op papier moeten en welke minder relevant zijn. Gevolg is dat in aangiftes soms cruciale elementen ontbreken, een rechercheur daarover: ‘De noodhulp kan het schriftelijk werk verbeteren. Het is vaak onvolledig en ze letten onvoldoende op.’ Sommige geïnterviewden verbazen zich erover dat belangrijke aangiftes, genoemd wordt het voorbeeld van een ontvoering, niet door rechercheurs, maar door ‘blauwe medewerkers’ worden opgenomen. Soms wordt bij de aangifte onvoldoende doorgevraagd, ook niet in gevallen waarin het verhaal van de burger twijfelachtig is: ‘Bij de intake zijn ze niet in staat om een verhaal door te prikken en bestaat de kans dat een valse aangifte wordt aangenomen.’
Ook bij de recherche doen zich problemen voor. Zo zijn er klachten over de wijze waarop daar soms proces-verbaal wordt opgemaakt. Deze zijn soms onvolledig en bevatten onder meer taalfouten. Er zou bovendien onvoldoende controle zijn op de kwaliteit ervan. De onvolledigheid en fouten leiden later soms tot problemen: ‘PV’s worden niet [altijd] gecorrigeerd. Er zitten veel taalfouten in. Ze zijn onvolledig (...) en daardoor is het aantal sepots te hoog.’ In sommige gevallen lijken geïnterviewde politiemensen zich eigenlijk te schamen voor de wijze waarop hun collega’s een PV opmaken: ‘Die zijn soms hartstikke slecht, echt slecht.’
Gebrek aan (parate) juridische kennis, maar ook problemen met de bestaande ICT-systemen worden als oorzaken genoemd van fouten die politiemensen maken. Een teamleider basispolitiezorg:
‘De politie kan nog een kwaliteitsslag maken in het opmaken van het proces-verbaal. Goed op papier zetten wat er daadwerkelijk is gebeurd. Onze ICT-systemen lenen zich er niet altijd voor om dat lekker snel te doen. Politiemensen proberen de verloren tijd in te halen, wat uiteindelijk verlies oplevert in de zaak.’
Een andere binnen de politie gelegen oorzaak van het uitblijven van gewenste strafrechtelijke reacties ligt in de soms gebrekkige kwaliteit van de verhoren. Zo zou soms onvoldoende tijd worden genomen en niet diep genoeg op de zaken worden ingegaan tijdens het verhoor, met als resultaat slechts een ‘halve bekentenis’. Een deel van de getuigen wordt helemaal niet gehoord:
‘De kwaliteit van de verhoren. Je kan zaken niet uitgebreid behandelen, waardoor je soms bepaalde getuigen niet kan betrekken. Of ze worden telefonisch gehoord. Stel je voor dat het een ernstige zaak is die je minimaal behandelt, daar komt niet de optimale straf uit.’