NJB 2025/1119
Het ‘voorbereiden’ en/of ‘bevorderen’, art. 10a Opiumwet: in casu kon het hof oordelen dat daarvan sprake is, mede erop gelet dat de verdachte (i) contact heeft gehad met een persoon in Colombia, bekend als ‘[betrokkene 1]’, die over een hoeveelheid van 1.000 kilo cocaïne kon beschikken, (ii) met deze persoon heeft onderhandeld over de aankoop van (een deel van) deze hoeveelheid cocaïne, (iii) contact heeft gehad met afnemers in Nederland over het verkopen van (een deel van) de hoeveelheid cocaïne en/of het verzamelen van het benodigde geld hiervoor en (iv) contact heeft gehad met een tussenpersoon met het doel aan ‘[betrokkene 1]’ de kredietwaardigheid van de afnemers aan te tonen.
HR 27-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:812
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/02677
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:812, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:109, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑11‑2022
- Wetingang
(art. 10a Opiumwet)
Essentie
Het ‘voorbereiden’ en/of ‘bevorderen’, art. 10a Opiumwet: in casu kon het hof oordelen dat daarvan sprake is, mede erop gelet dat de verdachte (i) contact heeft gehad met een persoon in Colombia, bekend als ‘[betrokkene 1]’, die over een hoeveelheid van 1.000 kilo cocaïne kon beschikken, (ii) met deze persoon heeft onderhandeld over de aankoop van (een deel van) deze hoeveelheid cocaïne, (iii) contact heeft gehad met afnemers in Nederland over het verkopen van (een deel van) de hoeveelheid cocaïne en/of het verzamelen van het benodigde geld hiervoor en (iv) contact heeft gehad met een tussenpersoon met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.