BNB 2026/88
Zaak Europese Commissie tegen België. Verrekening van door CFC betaalde belasting met bijheffing bij controlerende onderneming
HvJ EU 26-02-2026, ECLI:EU:C:2026:111, m.nt. D.S. Smit (Commissie/Belgium)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
26 februari 2026
- Magistraten
Arastey Sahún, Passer, Regan, Gratsias, Smulders
- Zaaknummer
C-524/23
- Conclusie
A-G Kokott
- Noot
D.S. Smit
- Roepnaam
Commissie/Belgium
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD108970:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2026:111, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 26‑02‑2026
ECLI:EU:C:2025:381, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 22‑05‑2025
- Wetingang
Art. 8 lid 7 Richtlijn (EU) 2016/1164
Essentie
Zaak Europese Commissie tegen België. Verrekening van door CFC betaalde belasting met bijheffing bij controlerende onderneming
Samenvatting
België heeft ervoor gekozen om in de wetgeving waarmee de regeling voor Controlled Foreign Companies (CFC) is geïmplementeerd, niet de bepaling in de interne rechtsorde om te zetten die voorziet in een verrekening van door de CFC betaalde belasting. Door dit na te laten heeft België volgens de Europese Commissie zijn verplichtingen uit hoofde van de richtlijn geschonden.
HvJ EU: de verrekeningsverplichting van door de CFC betaalde belasting is een duidelijke bepaling, die geen beoordelingsruimte aan de lidstaat laat en noodzakelijk ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.