Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/5.4.3:5.4.3 Taakstraffen
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/5.4.3
5.4.3 Taakstraffen
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200761:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Op grond van dit artikel is het de rechter niet toegestaan een taakstraf op te leggen bij bepaalde misdrijven, wanneer de verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk misdrijf. Meerdere officieren van justitie zeggen regelmatig voor een geldboete te kiezen wanneer het enige alternatief vanwege deze recente wetswijziging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf (in combinatie met een taakstraf) is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veel politiemensen vinden opgelegde taakstraffen vaak niet hoog genoeg en niet passend. Een taakstraf beschouwen zij als goed alternatief voor een geldboete wanneer de delinquent geen geld heeft om die boete te kunnen betalen, maar in veel andere gevallen zouden criminelen taakstraf volgens politiemensen nauwelijks als straf ervaren. Officieren van justitie denken hier verschillend over. Sommigen zeggen vaak liever voor een andere strafmodaliteit te kiezen. Andere officieren beschouwen de taakstraf wel als een belangrijk instrument, aangezien hiermee volgens hen goed kan worden aangesloten op specifieke omstandigheden van de verdachte.
‘Ik heb een keer taakstraf gevraagd. Toen lag er een heel goed reclasseringsrapport waaruit bleek dat de verdachte verslaafd was. Dat kon je ook zien: het zag er heel erg onfris uit. Hij had meegewerkt aan het onderzoek. Die wil ik dan wel een kans geven en daarom heb ik een groot deel voorwaardelijk gevraagd en een taakstraf. De rechtbank volgde mijn eis niet en vond gewoon dat hij een tijdje moest zitten. Je moet dat per geval bekijken. Je kunt daar geen schema’s van maken wanneer je wat moet doen. Maar soms is het niet gepast, het taakstrafverbod is er niet voor niks.’
Officieren van justitie die veel belang hechten aan de taakstraf hebben vaak moeite met het recent toegevoegd art. 22b Sr1, in voorgaand citaat aangeduid als ‘taakstrafverbod’. Andere officieren verklaren zich hiervan juist voorstander en zijn het met de kritiek van politiemensen eens dat de hoogte van de taakstraf vaak te laag is, met name vanwege de als onjuist ervaren verhouding tot gevangenisstraf waarvan in de strafrechtspraktijk wordt uitgegaan. Ook zouden soms zeer korte taakstraffen worden opgelegd.
‘Er is een omrekenmodel waarbij twee uur werkstraf staat voor een dag gevangenisstraf. Daar gaan we met zijn allen vanuit. Dan zie je de situatie dat je een taakstraf van 60 uur oplegt in plaats van een maand gevangenisstraf. Ik heb zelf ook wel moeite om dat serieus te nemen. Een willekeurige burger zal zeggen: dat slaat nergens op. Een rechter zegt een pittige werkstraf op te leggen en dan is het 120 of 180 uur, terwijl mijn werkmaand ook gewoon 180 uur is.’
‘Ik ben geen fan van taakstraf. Leuk voor minderjarigen of iemand met een blanco strafblad, maar er wordt te vaak naar gegrepen. Met name kleine taakstraffen vormen in mijn ogen geen serieuze strafoplegging. Ik zie daar een behoorlijke toename van, 15 of 20 uur taakstraf.’
Soms hebben officieren van justitie weinig vertrouwen in het effect van een taakstraf, maar is gevangenisstraf (dat dan kennelijk als enig alternatief wordt gezien) ook niet per se de ‘oplossing’, vanwege eventuele negatieve neveneffecten daarvan: ‘Taakstraf, daar wordt om gelachen. Een moeilijk onderwerp omdat je weet dat de gevangenis ook niet goed is voor die jonge jongens.’
Punt van kritiek is ook de uitwerking die in de praktijk aan opgelegde taakstraffen wordt gegeven. Hoewel men vaak niet precies op de hoogte is van de wijze waarop de taakstraf wordt ervaren, bestaat onder officieren van justitie soms de indruk dat in de praktijk te weinig leed wordt toegevoegd door middel van taakstraf. Ook zijn er officieren van justitie die juist niet de nadruk op het straffende karakter van taakstraffen leggen. Zij vinden het vooral van belang dat de taakstraf bekendheid met ‘werkritme’, ‘structuur’ en het gehoorzamen aan regels bevordert.