Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.2.5.1
3.2.5.1 Algemeen
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS613676:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2005/06, 29 834, nr. 9, p. 6.
Kamerstukken // 2008/09, 31 974, nr. 6, p. 2.
In het kader van het heffen van de grondbelasting was noodzakelijk dat de grondboekhouding op orde was. Vanaf 1811 is begonnen met het in kaart brengen van de perceelseigendommen in Nederland. Diverse keren is het werk stilgelegd, maar bij invoering van het Kadaster in 1832 was de kadastrering van Nederland nagenoeg voltooid.
In het fiscale recht worden ook (weer) diverse uitzonderingen gemaakt voor netten, zie verder hoofdstuk 5 hierover.
In het kader van de Wion wordt geen centrale registratie met liggingsgegevens ingesteld. Van een Wion-bestand' (of registratie) in letterlijke zin is dan ook geen sprake. In deze context wordt bedoeld met Wion-bestand': een éénmalige aanlevering van alle liggingsgegevens door de bij het elektronisch informatiesysteem aangesloten netbeheerders aan het Kadaster.
Gelet op de efficiency slagen die door hergebruik van het Wion-bestand voor een zodanige eerste kadastrering gemaakt zouden kunnen worden, zou mogelijkerwijs de tarifering van de (`verplichte') eerste inschrijving van de eigendom naar beneden zijn aangepast of sterk gereduceerd worden.
Voor overdracht van de eigendom van een registergoed is inschrijving van de notariële akte in de openbare registers een vereiste. Dit volgt uit artikel 3:89, eerste lid BW. Gelet op de kabelarresten en de nieuwe eigendomsregeling dient bij overdracht of bezwaring van een net dus ook inschrijving in de openbare registers plaats te vinden. Volgens de toelichting is het onwenselijk om pas bij overdracht van netten, die vele jaren na de aanleg kan plaatsvinden, tot inschrijving in de openbare registers over te gaan. Het vereiste van de kenbaarheid van de rechtstoestand, ook die van netten, brengt immers mee dat aanleg en verwijdering daarvan eveneens in de openbare registers moeten kunnen worden ingeschreven. Hoewel de wetgever dus stelt dat het vereiste van de kenbaarheid van de rechtstoestand van onroerende netten meebrengt dat inschrijving van deze netten noodzakelijk zou zijn, heeft de wetgever niet zover willen gaan om de (eerste) inschrijving van alle reeds — bij invoering van de nieuwe eigendomsregeling — bestaande netten 'verplicht' te stellen. De reden hiervoor is, aldus de wetgever, dat het praktisch gezien moeilijk kan zijn om, soms na lange tijd, precies te achterhalen waar onder de grond een net ligt.1 Tevens zou de eerste inschrijving van de aanleg van bestaande netten 'noodzakelijkerwijs' wel volgen uit het feit dat conform artikel 78, derde lid Overgangswet NBW drie jaar na inwerkingtreding van de nieuwe eigendomsregeling, de derdenbeschermingsbepalingen voor netten ook gaan gelden. Daarnaast zou de inschrijving van een net een 'bevoegdheid' zijn en geen verplichting omdat dit volgt uit de artikelen 3:16 e.v. BW. In dit stelsel zou het niet passen om ineens het woord 'verplichting' te bezigen. Dat zou het misverstand kunnen wekken dat er nog een andere sanctie is, bijvoorbeeld van strafrechtelijke of bestuursrechtelijke aard. Dat is niet het geval, aldus de wetgever in de nota naar aanleiding van het verslag bij wijziging van de Overgangswet NBW.2 Met andere woorden de eerste inschrijving van de eigendom van reeds aangelegde netten is mogelijk, maar niet strikt noodzakelijk. Een complete 'eerste kadastrering'3 van netten zal dus niet plaatsvinden waardoor onze grondboekhouding (zoals het systeem van openbare registers en kadastrale registratie ook wel wordt genoemd) nog lange tijd incompleet zal zijn. Men kan zich de vraag stellen of het gewenst is dat een bepaald soort onroerende zaken niet kenbaar is in de openbare registers terwijl de 'overige' onroerende zaken wél traceerbaar zijn in de openbare registers of in ieder geval in de kadastrale registratie (bijvoorbeeld bij primitieve tenaamstelling). De wetgever heeft bij introductie van netten als nieuw type onroerende zaken de consequenties ervan voor het goederenrecht niet goed doordacht. Netten zijn unieke onroerende zaken omdat ze niet worden afgeleid uit het grondperceel en dus volledig los van de grond bestaan. De term `grondboekhouding' dekt in die zin dan ook niet meer de volledige lading, aangezien in onze openbare registers naast percelen (dus) ook andere — niet uit het perceel afgeleide — onroerende zaken worden ingeschreven. Vanuit die optiek (het grondperceel is niet 'leidend' voor netten) is het des te meer gewenst dat een eerste kadastrering van netten had moeten plaatsvinden. Één van de (grond)beginselen in ons goederenrecht is immers dat in het kader van de rechtszekerheid de kenbaarheid van onroerende zaken volgt uit de openbare registers. Voor netten is dit beginsel uit praktische overwegingen losgelaten. Voor een (waarschijnlijk) aanzienlijke periode zal de registratie van netten incompleet zijn, wat afbreuk doet aan het in het goederenrecht vervatte idee met betrekking tot de rechtszekerheid van onroerende zaken. Uit dogmatisch oogpunt is het op zijn minst bedenkelijk dat voor netten niet alle gevolgen intreden die horen bij het 'zijn van een onroerende zaak' .4 De wetgever heeft, wellicht door de snelheid waarmee deze wetswijziging tot stand is gekomen, deze, meer fundamentele, discussie niet willen voeren en heeft voor een praktische en een min of meer facultatieve oplossing gekozen ten aanzien van de eerste inschrijving van netten. Naast het dogmatische aspect, verhoudt het achterwege laten van een eerste kadastrering van netten, zich ook niet direct met de (recente) verplichtingen die leidingbeheerders in het kader van de Wion opgelegd hebben gekregen. Zou (eerste) inschrijving van de eigendom van netten in de nieuwe eigendomsregeling lastig zijn omdat na lange tijd moeilijk te achterhalen is waar onder de grond een net ligt, op grond van de Wion worden leidingbeheerders verplicht om de liggingsgegevens van de door hen beheerde netten te digitaliseren. Vanaf medio 2010 moeten beheerders aan een elektronisch informatie-uitwisselingssysteem meedoen en om daaraan te kunnen meedoen, moet de liggingsinformatie van alle netten, gedigitaliseerd worden en via genoemd systeem uitgewisseld gaan worden. Als beide wetgevingstrajecten beter op elkaar zouden zijn afgestemd had de (eerste) 'kadastrering' van netten binnen afzienbare tijd (na inwerkingtreding van de eigendomsregeling) gerealiseerd kunnen worden. De resultaten van de digitalisering van de (liggingsinformatie van) netten door de netbeheerders in het kader van de Wion zou namelijk ook gebruikt kunnen worden voor de (eerste) eigendomsregistratie in de openbare registers. Door 'hergebruik' van het Wion' - bestand5 (de informatie is medio 2010 beschikbaar) zou vanaf genoemde datum in ieder geval een eerste aanzet gegeven kunnen worden voor een meer complete eigendomsregistratie in de openbare registers. De Wion schept overigens verplichtingen voor netbeheerders en dus zal bij hergebruik van het Wion-bestand' voor de eigendomsregistratie, een verbeterslag moeten plaatsvinden. Neteigenaren moeten immers niet hun eigendom kwijt raken aan de beheerders van hun netten wanneer eigenaar en beheerder twee verschillende partijen zijn. Om dit te realiseren zou door middel van een termijn van (bijvoorbeeld) drie jaar (waarna pas de derdenbeschermingsbepalingen zouden gaan gelden) na de eerste kadastrering, neteigenaren de tijd krijgen om verbeteringen, aanvullingen of wijzigingen met betrekking tot de tenaamstelling aan te brengen in de eigendomsregistratie. Met behulp van de voorgestelde nieuwe overgangsregeling (artikel 155a) zou de inschrijving van de eigendom van netten dan een redelijk 'eenvoudige' opgave zijn geweest.
Als argument tégen een eerste kadastrering van netten op basis van het (hergebruik van het) Wion-bestand zou kunnen zijn dat het datamodel waarin de Wion-data moet worden gepresenteerd, anders is dan voor inschrijving in de openbare registers gebruikt wordt. Ook zouden de eventuele (extra) administratieve lasten in verband met de `verplichte' eerste inschrijving in de openbare registers als argument tégen de eerste complete (verplichte) kadastrering kunnen worden ingebracht.6
De praktische 'onmogelijkheid' van een eerste verplichte inschrijving heeft echter ertoe geleid dat een van de basis beginselen in ons goederenrecht is verlaten (kenbaarheid uit openbare registers). Voor één soort (unieke) onroerende zaken zullen de openbare registers nog een bepaalde tijd niet de (rechts)zekerheid kunnen bieden die voor andere 'gewone' onroerende zaken doorgaans wel geldt. Op basis van de bereidheid van de neteigenaar daartoe, dan wel onder 'dwang' van de (gevolgen van de) derdenbeschermingsbepalingen, zal de eigendomsregistratie van netten op langere termijn pas 'compleet' worden.