Belastingadvies 2024/23.1
Verteerkosten bij zakelijk verblijf elders kwalificeren als ondernemingskosten
HR 18-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1472
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 oktober 2024
- Zaaknummer
22/01689
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS991538:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1472, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de verteerkosten, door de samenhang met het zakelijke tijdelijke verblijf elders, in beginsel zijn gemaakt met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming.
Samenvatting
Belanghebbende is consultant-zzp'er. Hij voert zijn werkzaamheden uit door middel van een eenmanszaak. Belanghebbende woont met zijn gezin in Limburg. In 2014 en 2015 huurt hij in Amsterdam respectievelijk Tilburg woonruimte in verband met zijn tijdelijke werkzaamheden in die plaatsen. Zijn kosten voor ontbijt, lunch en diner in horecagelegenheden trekt hij voor 73,5% af als ondernemingskosten (art. 3.15 lid 5 Wet IB 2001). Hof Den ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.