Artikel 13 maakt deel uit van Deel IV van het Verdrag dat gaat over het vaste inrichtingsbegrip. Met dit artikel kunnen landen aanpassingen doorvoeren op de in hun belastingverdragen genoemde uitzonderingen op het vaste inrichtingsbegrip voor specifieke activiteiten. Met optie A kunnen landen duidelijk maken dat bij deze activiteiten het voorbereidende of ondersteunende karakter een eis is. Met optie B kunnen landen juist bewerkstelligen dat het voorbereidende en ondersteunende karakter in principe niet apart getoetst hoeft te worden. Artikel 13 bevat daarnaast een antifragmentatiebepaling om te voorkomen dat door het fragmenteren van activiteiten door de onderneming of een daarmee nauw verbonden onderneming een beroep gedaan zou kunnen worden gedaan op de uitzondering op het vaste inrichtingsbegrip voor specifieke activiteiten.
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De achtergrond en de context van het artikel (aant. 1)
Het artikel vloeit voort uit het rapport bij BEPS-actie 7 (Preventing the Artificial Avoidance of Permanent Establishment Status). Optie A is gebaseerd op het voorstel om artikel 5, vierde lid, van het OESO-modelverdrag aan te passen (zoals inmiddels is gebeurd). Optie B is gebaseerd op het voorstel voor een alternatieve bepaling die inmiddels is opgenomen in paragraaf 78 van het OESO-commentaar op het hiervoor genoemde artikel 5, vierde lid. Artikel 13, vierde lid, van het Verdrag bevat een antifragmentatiebepaling die inhoudelijk overeenkomt met artikel 5, lid 4.1, van het OESO-modelverdrag.
Artikel 13, eerste lid, van het Verdrag biedt Partijen bij het Verdrag de mogelijkheid om te kiezen tussen optie A, optie B of geen van beide opties. De keuze voor optie A of B werkt alleen door in een gedekt belastingverdrag als beide verdragspartners dezelfde keuze hebben gemaakt.
3. Optie A: voorbereidend of ondersteunend karakter als eis (aant. 3)
Optie A is beschreven in artikel 13, tweede lid, van het Verdrag. Deze bepaling is gebaseerd op het voorstel om artikel 5, vierde lid, van het OESO-modelverdrag aan te passen. De tekst van optie A wijkt af van het OESO-modelverdrag, omdat het Verdrag doorwerkt in bilaterale belastingverdragen die onderling verschillen, bijvoorbeeld in de opsomming van de specifieke activiteiten waarvoor geen vaste inrichting wordt aangenomen.
4. Optie B: geen aparte toets op voorbereidend of ondersteunend karakter (aant. 4)
Optie B is beschreven in artikel 13, derde lid, van het Verdrag. Deze bepaling is gebaseerd op dezelfde uitgangspunten als de alternatieve bepaling die is beschreven in paragraaf 78 van het OESO-commentaar op artikel 5, vierde lid, van het OESO-modelverdrag. Deze bepaling laat de uitzonderingen op het vaste inrichtingsbegrip voor de specifiek in een belastingverdrag genoemde activiteiten in tact en verzekert dat geen aparte toets hoeft plaats of sprake is van een voorbereidende of ondersteunende karakter van deze activiteiten (tenzij het belastingverdrag dit expliciet voorschrijft). Ook hier wijkt de tekst af van het OESO-modelverdrag, omdat rekening is gehouden met de onderling verschillende opsommingen van deze specifieke activiteiten in de diverse bilaterale belastingverdragen.
Artikel 13, vierde lid, biedt landen de mogelijkheid om een antifragmentatiebepaling te laten doorwerken in belastingverdragen. Deze bepaling komt inhoudelijk overeen met het huidige artikel 5, lid 4.1, van het OESO-modelverdrag. De tekst wijkt op enkele plaatsen af van het OESO-modelverdrag, omdat de belastingverdragen waarin de bepaling doorwerkt onderling kunnen verschillen.
Artikel 13, vijfde lid, bevat de compatibility clauses en regelt hoe optie A of B (onderdeel a) en de antifragmentatiebepaling (onderdeel b) zich verhouden tot bepalingen in belastingverdragen waarin zij doorwerken.
Artikel 13, zevende lid, gaat over de kennisgevingen (notifications) aan de depositaris die verwacht worden van landen die voor optie A of B hebben gekozen. Ook regelt dit lid dat een optie alleen van toepassing is als er een 'match' is wat betreft de gekozen bepaling en de genotificeerde bepaling.
9. Kennisgeving bij de antifragmentatieregel als optie A of B niet is gekozen (aant. 9)
Artikel 13, achtste lid, gaat over de kennisgevingen aan de depositaris die verwacht worden van landen die de antifragmentatieregel hebben geaccepteerd, zonder dat zij hebben gekozen voor optie A of B. Deze antifragmentatiebepaling werkt alleen door als en sprake is van een 'match' wat betreft de acceptatie van de antifragmentatiebepaling en de genotificeerde uitzonderingen op het vaste inrichtingsbegrip voor specifieke activiteiten.
Nederland heeft aangegeven optie A en de antifragmentatiebepaling te willen laten doorwerken in de Nederlandse belastingverdragen die onder het Verdrag zijn aangemeld. De gevolgen van deze positie voor een concreet belastingverdrag hangen af van verschillende factoren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, art. 13 MLI, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 14-05-2026
14-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/70 en V-N 2026/21.18
01-07-2018 tot: -
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, art. 13 MLI, aant. 1.1
Internationaal belastingrecht / BEPS
Internationaal belastingrecht / Algemeen
BEPS actions
vaste inrichting
Multilateraal Verdrag ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving artikel 13
Beschouwing
Artikel 13 maakt deel uit van Deel IV van het Verdrag dat gaat over het vaste inrichtingsbegrip. Met dit artikel kunnen landen aanpassingen doorvoeren op de in hun belastingverdragen genoemde uitzonderingen op het vaste inrichtingsbegrip voor specifieke activiteiten. Met optie A kunnen landen duidelijk maken dat bij deze activiteiten het voorbereidende of ondersteunende karakter een eis is. Met optie B kunnen landen juist bewerkstelligen dat het voorbereidende en ondersteunende karakter in principe niet apart getoetst hoeft te worden. Artikel 13 bevat daarnaast een antifragmentatiebepaling om te voorkomen dat door het fragmenteren van activiteiten door de onderneming of een daarmee nauw verbonden onderneming een beroep gedaan zou kunnen worden gedaan op de uitzondering op het vaste inrichtingsbegrip voor specifieke activiteiten.
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De achtergrond en de context van het artikel (aant. 1)
Het artikel vloeit voort uit het rapport bij BEPS-actie 7 (Preventing the Artificial Avoidance of Permanent Establishment Status). Optie A is gebaseerd op het voorstel om artikel 5, vierde lid, van het OESO-modelverdrag aan te passen (zoals inmiddels is gebeurd). Optie B is gebaseerd op het voorstel voor een alternatieve bepaling die inmiddels is opgenomen in paragraaf 78 van het OESO-commentaar op het hiervoor genoemde artikel 5, vierde lid. Artikel 13, vierde lid, van het Verdrag bevat een antifragmentatiebepaling die inhoudelijk overeenkomt met artikel 5, lid 4.1, van het OESO-modelverdrag.
2. De keuze tussen de opties A en B (aant. 2)
Artikel 13, eerste lid, van het Verdrag biedt Partijen bij het Verdrag de mogelijkheid om te kiezen tussen optie A, optie B of geen van beide opties. De keuze voor optie A of B werkt alleen door in een gedekt belastingverdrag als beide verdragspartners dezelfde keuze hebben gemaakt.
3. Optie A: voorbereidend of ondersteunend karakter als eis (aant. 3)
Optie A is beschreven in artikel 13, tweede lid, van het Verdrag. Deze bepaling is gebaseerd op het voorstel om artikel 5, vierde lid, van het OESO-modelverdrag aan te passen. De tekst van optie A wijkt af van het OESO-modelverdrag, omdat het Verdrag doorwerkt in bilaterale belastingverdragen die onderling verschillen, bijvoorbeeld in de opsomming van de specifieke activiteiten waarvoor geen vaste inrichting wordt aangenomen.
4. Optie B: geen aparte toets op voorbereidend of ondersteunend karakter (aant. 4)
Optie B is beschreven in artikel 13, derde lid, van het Verdrag. Deze bepaling is gebaseerd op dezelfde uitgangspunten als de alternatieve bepaling die is beschreven in paragraaf 78 van het OESO-commentaar op artikel 5, vierde lid, van het OESO-modelverdrag. Deze bepaling laat de uitzonderingen op het vaste inrichtingsbegrip voor de specifiek in een belastingverdrag genoemde activiteiten in tact en verzekert dat geen aparte toets hoeft plaats of sprake is van een voorbereidende of ondersteunende karakter van deze activiteiten (tenzij het belastingverdrag dit expliciet voorschrijft). Ook hier wijkt de tekst af van het OESO-modelverdrag, omdat rekening is gehouden met de onderling verschillende opsommingen van deze specifieke activiteiten in de diverse bilaterale belastingverdragen.
5. Antifragmentatiebepaling(aant. 5)
Artikel 13, vierde lid, biedt landen de mogelijkheid om een antifragmentatiebepaling te laten doorwerken in belastingverdragen. Deze bepaling komt inhoudelijk overeen met het huidige artikel 5, lid 4.1, van het OESO-modelverdrag. De tekst wijkt op enkele plaatsen af van het OESO-modelverdrag, omdat de belastingverdragen waarin de bepaling doorwerkt onderling kunnen verschillen.
6. Compatibiliteit (aant. 6)
Artikel 13, vijfde lid, bevat de compatibility clauses en regelt hoe optie A of B (onderdeel a) en de antifragmentatiebepaling (onderdeel b) zich verhouden tot bepalingen in belastingverdragen waarin zij doorwerken.
7. Voorbehouden (aant. 7)
Artikel 13, zesde lid, beschrijft de voorbehouden waarmee landen de doorwerking van artikel 13 op hun gedekte belastingverdragen kunnen beperken.
8. Kennisgeving bij optie A of B (aant. 8)
Artikel 13, zevende lid, gaat over de kennisgevingen (notifications) aan de depositaris die verwacht worden van landen die voor optie A of B hebben gekozen. Ook regelt dit lid dat een optie alleen van toepassing is als er een 'match' is wat betreft de gekozen bepaling en de genotificeerde bepaling.
9. Kennisgeving bij de antifragmentatieregel als optie A of B niet is gekozen (aant. 9)
Artikel 13, achtste lid, gaat over de kennisgevingen aan de depositaris die verwacht worden van landen die de antifragmentatieregel hebben geaccepteerd, zonder dat zij hebben gekozen voor optie A of B. Deze antifragmentatiebepaling werkt alleen door als en sprake is van een 'match' wat betreft de acceptatie van de antifragmentatiebepaling en de genotificeerde uitzonderingen op het vaste inrichtingsbegrip voor specifieke activiteiten.
10. Keuzes van Nederland (aant. 10)
Nederland heeft aangegeven optie A en de antifragmentatiebepaling te willen laten doorwerken in de Nederlandse belastingverdragen die onder het Verdrag zijn aangemeld. De gevolgen van deze positie voor een concreet belastingverdrag hangen af van verschillende factoren.