NJB 2025/1124:Bijzondere voorwaarde in zaak over ontucht met 13-jarige buurjongen, art. 14c lid 2, aanhef en onder 11°, Sr: in casu kon het hof aan de deels voorwaardelijke veroordeling als bijzondere voorwaarde een ambulante behandeling verbinden voor een maximale duur van twee jaren, waarbij als onderdeel van die voorwaarde is opgenomen dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling, waaronder ook het innemen van medicijnen kan vallen als de zorgverlener dat nodig vindt. Niet juist is dat met het stellen van deze voorwaarde de verdachte kan worden gedwongen tot het innemen van medicijnen (‘dwangmedicatie’). Bij niet-naleving van de aanwijzingen van de zorgverlener, kan de rechter op grond van art. 6:6:21 lid 1 Sv wel een op die niet-naleving steunende vordering tot (al dan niet gedeeltelijke) tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf toewijzen.