De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/203:203 Invoering van § 77 en § 78 AktG 1937
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/203
203 Invoering van § 77 en § 78 AktG 1937
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS364140:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De daadwerkelijke hervorming van het Aktienrecht in 1937 zou leiden tot het invoeren van twee artikelen die specifiek betrekking hebben op de bezoldiging van bestuurders van naamloze vennootschappen: § 77 en § 78. Daarnaast wordt op grond van § 75 Abs. 1 AktG 1937 de Aufsichtrat wettelijk verantwoordelijk voor zowel de benoemingsprocedure als voor het sluiten van de (arbeids)overeenkomst met de bestuurder.1
Tot de conclusie wordt gekomen dat in de wet geen bovengrens moet worden opgenomen. Er zijn te veel gevallen en omstandigheden denkbaar, waardoor het stellen van een bovengrens onmogelijk wordt geacht. De wetgever kiest er daarom voor aan te sluiten bij de regeling zoals opgenomen in de noodverordening van 6 oktober 1931 en de regeling zoals opgesteld door de Akademie für Deutsches Recht. In § 78 AktG 1937 wordt in Absatz 1 een regeling opgenomen die betrekking heeft op het vaststellen van de bezoldiging. In Absatz 2 wordt een regeling opgenomen die ziet op het achteraf aanpassen van de bezoldiging.2