V-N 2025/18.18
In boetezaken dient belastingrechter ambtshalve te beoordelen of horen in verzet nodig is
HR 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:545, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 april 2025
- Magistraten
Faase, Cools, Peters
- Zaaknummer
24/01891
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8427:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:545, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑04‑2025
Uitspraak, Hoge Raad, 11‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad casseert de kennelijke beslissing van de rechtbank om X BV in verzet niet uit te nodigen voor een zitting.
Samenvatting
X BV stelt beroep in bij Rechtbank Den Haag tegen een aanslag VPB en een daarbij opgelegde boete. De rechtbank verklaart het beroep na een vereenvoudigde behandeling niet-ontvankelijk wegens het niet (tijdig) betalen van het griffierecht. X BV gaat in verzet, maar dit verzet wordt ongegrond verklaard. In cassatie stelt X BV dat de rechtbank niet tot ongegrondverklaring van het verzet had mogen overgaan zonder haar daarover te horen.
De Hoge Raad casseert de kennelijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.