Einde inhoudsopgave
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/10.2.4
10.2.4 Geen Blasius-norm
mr. M.J. van Ginneken, datum 23-11-2010
- Datum
23-11-2010
- Auteur
mr. M.J. van Ginneken
- JCDI
JCDI:ADS612884:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Blasius Industries, Inc. v. Atlas Corp., 564 A.2d 651 (Del. Ch. 1988). Bainbridge is het hier niet mee eens. Hij stelt dat het stemrecht van aandeelhouders in het systeem niet erg belangrijk is. Zie Bainbridge (2006a).
Blasius Industries, Inc. v. Atlas Corp., 564 A.2d 651 (Del. Ch. 1988), p. 661-662.
Williams v. Geier, 671 A.2d 1368 (Del 1996), p. 1376.
Zie hierover uitgebreid Allen, Jacobs & Strine (2001). Zie ook Strine (2005), p. 889-894.
Mercier v. Inter-Tel (Delaware) Inc., 929 A.2d 786 (Del. Ch. 2007), p. 809.
In gelijke zin zijn er ook Amerikaanse auteurs die menen dat de Blasius-norm gewoon een bijzondere vorm is van Unocal. Zie Allen, Jacobs & Strine (2001). In de VS is het dus ook niet geheel duidelijk waarom er voor deze situaties een aparte norm is.
Een volgende vraag is of in Nederland behoefte bestaat aan een norm die vergelijkbaar is met de Blasius-norm. Zoals uiteengezet in § 3.4, hanteren de rechters in Delaware in bepaalde situaties naast de Revlon-norm nog een andere standaard voor de beoordeling van beschermingsmaatregelen, die eveneens strikter is dan de Unocal-norm. Dit is de Blasius-norm. De ratio achter deze strengere norm is dat grote waarde wordt gehecht aan de mogelijkheid van aandeelhouders om te kunnen stemmen, de zogenoemde shareholder franchise.1 Het stemrecht is een kernrecht van aandeelhouders. Het Delaware Chancery Court bepaalde dat als handelingen van een board als doel hebben het verhinderen van de stemuitoefening, de board niet wordt beschermd door de business judgment rule. Dit tenzij het de zware bewijslast kan dragen dat er voor de handelingen een dringende rechtvaardiging aanwezig is.2 De Blasius-norm is hiermee een striktere standaard dan de Unocal-norm. Mede omdat deze norm in de praktijk zo moeilijk is te doorstaan, wordt zij in de praktijk zelden toegepast.3 Het is ook niet helemaal duidelijk wat de verhouding is tussen de Blasius- en de Unocal-norm en in welke gevallen de Blasius-norm moet worden gebruikt.4 Het dient in feite slechts te worden toegepast als het gaat om 'director election contests or election contests having consequences for corporate control' .5 De ratio hierachter is het belang dat wordt gehecht aan het recht om de board te benoemen. Zoals in Unitrin is bepaald, worden beschermingsmaatregelen in principe toegestaan zolang een proxy contest ter vervanging van de board tot de mogelijkheden behoort. Die mogelijkheid dient dus te worden beschermd. Daar is zeker wat voor te zeggen, maar het is de vraag of een dergelijke norm in Nederland nodig is. Mijns inziens is dat niet het geval. Ten eerste het hiervoor genoemde punt, dat het in de praktijk niet eenvoudig gebleken om precies te bepalen wanneer de Blasiusnorm van toepassing zou moeten zijn. Net als bij de Revlon-norm, hebben ook hier rechters geworsteld om uit te kunnen leggen wanneer de Blasius-norm nu wel of niet van toepassing is. Dergelijke afbakeningsproblemen helpen niet en moeten worden voorkomen. Ten tweede komen de beschermingsmaatregelen waar de Blasius-norm zich met name tegen richt in Nederland niet zo veel voor. De meeste Blasius-achtige beschermingshandelingen hebben betrekking op de procedure rondom de aandeelhoudersvergadering en het uitbrengen van stemmen, zoals het verschuiven van de registratiedatum. In de VS zijn veel van dit soort zaken in de by-laws geregeld, die zoals gezien door de board eenzijdig kunnen worden gewijzigd. Fundamentele wijzigingen in deze procedures vereisen in Nederland doorgaans een statutenwijziging, hetgeen slechts kan door een besluit van de ava. Ten slotte is een aparte norm, net als bij de Revlonnorm, mijns inziens niet nodig. Naar mijn overtuiging is het mogelijk ook deze situaties met behulp van de RNA-norm toetsen.6 De vraag blijft of de reactie van de vennootschapsleiding adequaat en proportioneel is, ook bij beschermingsmaatregelen die de uitoefening van het stemrecht raken. Bij die beoordeling moeten de specifieke omstandigheden worden meegenomen. Hierbij kan wel de ratio achter de Blasius-norm een rol spelen bij de beoordeling of een reactie adequaat en proportioneel is (zie hierna § 10.4.3 voor een nadere invulling).