De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/206:206 In een passende verhouding tot de taken en de toestand van de vennootschap
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/206
206 In een passende verhouding tot de taken en de toestand van de vennootschap
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366594:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Neemt de bestuurstaak van een bestuurder af tijdens zijn bestuurstermijn, dan volgt daaruit niet dat op grond van Abs. 1 een nieuwe overeenkomst over de bezoldiging moet worden gesloten. Een aanpassing van de bezoldiging kan slechts onder de voorwaarden van Abs. 2 geschieden. Schlegelberger e.a. 1937, p. 346.
Daarbij wordt overigens tevens gedoeld op de verhouding in bezoldiging tussen bestuurders.
Schlegelberger e.a. 1937, p. 345/346.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de toelichting blijkt dat de vraag of de totale bezoldiging passend is, wordt bepaald door “der Verkehrssitte und dem Anstandsgefühl aller billig und gerecht Denkenden”. Zowel de gangbare praktijk als het fatsoen van de redelijk en billijk denkende mens bepaalt derhalve of de bezoldiging in een passende verhouding staat tot de taken en de toestand van de vennootschap. Daarbij wordt opgemerkt, dat het moment van afsluiten van belang is voor het bepalen van het antwoord op de vraag of de bezoldiging passend is.1 De ‘gangbare praktijk’ kan als objectief criterium dienen op grond waarvan excessen kunnen worden aangemerkt als niet passend. Door de recent ingevoerde openbaarmakingsverplichtingen is het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de gebruikelijke praktijk en dus om excessieve beloningen eruit te filteren. Het fatsoen van de redelijk en billijk denkende mens geeft een meer subjectieve maatstaf, waardoor ruimte wordt geboden naar de specifieke omstandigheden van het geval te kijken. Of de bezoldiging passend is, hangt uiteindelijk af van de verhouding van de bezoldiging tot de taken van de bestuurder en de toestand van de vennootschap. Onder de taken van de bestuurder vallen alleen de taken die ten tijde van het aangaan van de bezoldiging bekend zijn. Het komt daarom veel meer aan op de aard van de taken die bij de benoeming van de bestuurder aan hem worden overgedragen.2
Naast de (aard van de) taken van de bestuurder, dient de bezoldiging tevens in passende verhouding te staan tot de toestand van de vennootschap. De toestand van de vennootschap moet men breder zien dan slechts haar activa, hoewel de activa van de vennootschap in de meeste gevallen wel de bepalende factor zullen zijn.3