V-N 2026/8.3
Schadevergoeding na dienstongeval voor oud-medewerker Europol is niet in Nederland belast
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:206, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Fierstra, Boerlage, Van Roij
- Zaaknummer
21/04628
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46082:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Belastbaar loon
Politierecht / Organisatie
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:206, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2023:418, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑04‑2023
- Wetingang
Art. 3.81 Wet IB 2001
Essentie
Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat de lumpsum voortvloeit uit het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, zodat deze in beginsel is onderworpen aan de interne belastingheffing van Europol.
Samenvatting
X houdt blijvend letsel over aan twee dienstongevallen, terwijl hij in 2000 en 2002 is gedetacheerd bij de Europese Politiedienst (Europol). Op basis van een interne rechtspositionele regeling krijgt hij van Europol in 2012 een ‘lumpsum’ inclusief rente van € 172.195 wegens blijvende invaliditeit. X geeft de vergoeding niet aan in de IB-sfeer. In geschil is de IB-navorderingsaanslag over 2012. Volgens Hof Den Haag vloeit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.