Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/139
139 De optimaal contracttheorie
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS364129:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover randnummer 60 e.v.
Het beperktere aanbod van bestuurders is niet de enige verklaring die gegeven wordt. Een andere verklaring is, dat de mobiliteit van de bestuurder toegenomen is en men derhalve steeds meer moet betalen om de juiste bestuurders te behouden (of aan te trekken) vanwege een toename in ‘outside opportunities’. Op deze verklaring zal ik verderop in dit hoofdstuk ingaan. Van belang is voornamelijk dat de optimaal contracttheorie uitgaat van de aanname dat de continue stijging van de bezoldiging van bestuurders een resultante is van de werking van een efficiënte markt voor bestuurders.
Mayer 1960, p. 189-195.
Gabaix & Landier 2008, p. 49-100; Hubbard 2005, p. 717-720; Himmelberg & Hubbard 2000; Rosen 1992, p. 181-211.
Bebchuk & Fried 2004, p. 15 e.v.
Bebchuk & Fried 2004, p. 18.
De optimaal contracttheorie vindt haar oorsprong in de financiële economie en ligt ten grondslag aan de ‘markthypothese’ met betrekking tot de bezoldiging van bestuurders. Deze theorie bouwt voort op de principaal-agenttheorie en karakteriseert de verhouding tussen de aandeelhouders en de bestuurders als een principaal-agentrelatie.1
Aanhangers van de optimaal contracttheorie zien de hoogte van de bezoldiging als een resultante van de efficiënte werking van de markt voor bestuurders. Ondernemingen zijn in de afgelopen jaren in omvang en complexiteit gegroeid. De taak van de bestuurder is hierdoor in complexiteit toegenomen, waardoor er minder personen geschikt zijn om deze taak uit te voeren. Door een beperkter aanbod van bestuurders is hun bezoldiging navenant gestegen.2
In de afgelopen jaren is tevens het ‘scale-of-operations’ effect toegenomen. De productiviteit van de bestuurder hangt samen met de omvang van de onderneming. Een klein verschil in talent tussen bestuurders kan dus een groot effect hebben op de ondernemingsprestatie. Het is daarom van essentieel belang om de beste bestuurders te hebben.3
Impliciet wordt daarbij aangenomen dat de onderhandelingen over de bezoldiging – met aan de ene kant de raad van commissarissen (en in het bijzonder de remuneratiecommissie) en aan de andere kant de bestuurder – op armlengte afstand worden gevoerd en zodoende leiden tot een optimaal contract waarin de juiste prikkels voor de bestuurder zijn opgenomen.4 De continue stijging is een gevolg van de beperkte onderhandelingsruimte van de raad van commissarissen die in de greep wordt gehouden door de markt van bestuurders.
De optimaal contracttheorie ligt ten grondslag aan het meeste werk dat door de financieel economen verricht is ten aanzien van de bezoldiging van bestuurders en wordt daardoor ook wel de officiële visie genoemd.5 Deze officiële visie neemt in het huidige debat een prominente plaats in en wordt gebruikt ter rechtvaardiging van de huidige bezoldigingsniveaus naar aandeelhouders, rechters, de politiek en de samenleving in haar geheel.6 De officiële visie ontkent niet dat bestuurders veel betaald krijgen, maar volgens deze visie krijgen ze niet teveel betaald.