De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/466:466 De botsing tussen het arbeids- en het vennootschapsrecht
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/466
466 De botsing tussen het arbeids- en het vennootschapsrecht
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369106:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een tweede rol die het vennootschapsrecht speelt bij de bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen heeft te maken met de verdeling van beslissings- en vertegenwoordigingsbevoegdheden binnen de vennootschapsrechtelijke deelrechtsorde. Er bestaat over het algemeen eensgezindheid over het aanmerken van art. 2:132 lid 1 BW (benoeming van de bestuurder) en 2:135 lid 4 BW (vaststelling van de individuele bezoldiging van de bestuurder) als vertegenwoordigingsbepalingen. Desalniettemin heerst er nog steeds onduidelijkheid over hoe deze vertegenwoordigingsbevoegdheden zich verhouden tot de bevoegdheid tot het aangaan van de (arbeids)overeenkomst. Verschillende auteurs blijken de mening te zijn toegedaan dat het bestuur op grond van de gewone vertegenwoordigingsregels van art. 2:130 BW in beginsel bevoegd is de (arbeids)overeenkomst met een (beoogd) medebestuurder overeen te komen. Hierdoor leeft de gedachte dat het voor kan komen dat het ene orgaan (in de regel de raad van commissarissen) bij besluit een bezoldiging vaststelt terwijl het andere orgaan (het bestuur) een afwijkende bezoldiging overeenkomt met de bestuurder in de (arbeids)overeenkomst. Aldus zou er sprake zijn van een botsing tussen het vennootschapsrecht en het arbeidsrecht.
In mijn ogen is deze vermeende botsing vele malen beperkter dan in de literatuur is gesteld. Er is een vrij overzichtelijke scheiding aan te brengen tussen enerzijds de benoeming en de totstandkoming van de overeenkomst, die zich grotendeels afspelen binnen het vennootschapsrecht en die worden beheerst door bevoegdheidsvraagstukken, en anderzijds de uitvoering die gegeven wordt aan de overeenkomst die onderworpen is aan de arbeidsrechtelijke regels. De huidige systematiek volstaat op dit punt naar mijn mening dus.