Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.6:6.6 Samenvatting en conclusies
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.6
6.6 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS493020:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik de btw-positie van de niet-betalende afnemer in het nationale recht geanalyseerd. Na de ontstaansgeschiedenis van de regeling voor onbetaalde schulden te hebben besproken, heb ik deze inhoudelijk ontleed. Ik ben daarbij onder meer ingegaan op de aard van de regeling, de vraag naar het ontstaansmoment van de herzieningsverplichting en haar omvang. Voor een goed begrip van de regeling heb ik tevens enkele kenmerkende aspecten van het faillissementsrecht de revue laten passeren. Mijn bevindingen heb ik vervolgens per onderdeel getoetst aan het Unierecht (de ‘verticale toets’) en aan het rechtskarakter van de btw (de ‘horizontale toets’), om zodoende een oordeel te vormen over de geldigheid en de kwaliteit van de regeling. De resultaten van mijn onderzoek zijn als volgt:
Onderdeel (paragraafnummer)
Verhouding tot het Unierecht (6.4)
Verhouding tot het rechtskarakter van de btw (6.5)
Niet-betaling als grond voor herziening (6.3.1)
Vrijheid lidstaten invulling begrip ‘(niet-)betaling’
√
√
Correctie van het afgetrokken bedrag
x
x
Uitsluiting ten onrechte gefactureerde ‘art. 37-btw’
√
√
Ontstaansmoment verplichting tot herziening (6.3.2)
Toepassing van het ‘redelijkheidscriterium’
√
√
Kwalificatie ‘correctie vooraftrek’ als ‘faillissementsschuld’
√
√
Toepassing éénjaarstermijn
√
√
Fataal karakter éénjaarstermijn
x
x
Omvang van de herzieningsverplichting (6.3.3)
Positie Belastingdienst bij akkoord
√
x
Neveneffecten dwangakkoord
-
x
Handelwijze Belastingdienst in faillissement
x
√
Herziening van de ‘correctie vooraftrek’ (6.3.4)
Herzieningsregeling
x
√
Als een niet opzichzelfstaand heffingsmoment
√
√
Mijn conclusie is dat de regeling voor onbetaalde schulden in overwegende mate beantwoordt aan het Unierecht, maar dat de geldigheid van enkele belangrijke onderdelen te wensen over laat. De regeling voldoet eveneens op de meeste punten aan het rechtskarakter van de btw, al is ook daar ruimte voor verbetering. Daarmee acht ik de in paragraaf 6.1 in herinnering gebrachte deelvraag (‘Welke btw-gevolgen verbindt het nationale recht aan niet-betaling en hoe verhouden deze zich tot het Unierecht en het rechtskarakter van de btw?’), bezien vanuit de afnemer, beantwoord.