Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/70
70 De selectiefunctie van een juiste bezoldiging
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS364124:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Jensen, Murphy & Wruck 2004, p. 19.
“If you pay peanuts, you get monkeys” versie 2.0. Je moet niet alleen voldoende betalen om geschikte kandidaten aan te kunnen trekken, maar je moet ook betalen voor prestatie waardoor de bestuurders worden aangetrokken die meer getalenteerd en gemotiveerd zijn.
Het creëren van betere prikkels voor bestuurders betekent noodzakelijk wel een toename van het financiële risico voor bestuurders. Indien het financiële risico van de bestuurder toeneemt, zal daar automatisch ook een (potentieel) hogere bezoldiging tegenover moeten staan. Jensen & Murphy 1990b, nr. 3, p 3/4.
Jensen & Murphy 1990b, p. 4.
De vraag is of dit argument wel steek houdt. Vanuit economisch oogpunt dient de bestuurder immers al zo efficiënt mogelijk te werk te gaan in het belang van de aandeelhouders. Aandeelhouders zijn niet alleen gerechtigd tot de winst an sich, maar zelfs gerechtigd tot de winst die het bestuur met een redelijke uitoefening van zijn zeggenschap zou kunnen maken. Deze extra inkomsten behoren de aandeelhouders dus eigenlijk al toe.
Indien een optimaal contract overeengekomen wordt, is er volgens Jensen en Murphy, naast het verkleinen van het belangenconflict, nog een tweede voordeel om de prestaties van bestuurders te koppelen aan hun bezoldiging. Een adequaat vormgegeven bezoldiging behelst namelijk een selectiefunctie.
Een goed ontworpen bezoldigingspakket voor bestuurders zal drie dingen bewerkstelligen: (i) het trekt de juiste bestuurder aan voor de laagste kosten, (ii) het houdt de juiste bestuurder vast voor de laagste kosten (en moedigt de juiste bestuurder aan de onderneming te verlaten op het meest geschikte tijdstip) en (iii) het motiveert de bestuurder om handelingen te ondernemen die lange termijn aandeelhouderswaarde creëren en om handelingen te vermijden die waarde vernietigen.1
Een prestatiegericht bezoldigingsbeleid schept volgens Jensen en Murphy niet alleen de voorwaarden voor de wijze waarop een bestuurder zich dient te gedragen, maar het helpt ook bij het bepalen van welke soort bestuurders een organisatie wil aantrekken.2 Een bezoldigingsbeleid waarbij prestatie ‘agressiever’ wordt beloond en waarbij een grotere mogelijkheid bestaat op het vertrek van de bestuurder bij slechte prestaties, zal ervoor zorgen dat minder getalenteerde bestuurders een substantieel lagere bezoldiging ontvangen. In de loop der tijd zullen deze bestuurders worden vervangen door meer kundige en gemotiveerde bestuurders die, gemiddeld, beter zullen presteren en daardoor een hoger bezoldigingsniveau zullen halen. Ook de zittende bestuurders zullen sterkere prikkels krijgen om creatieve manieren te vinden om de ondernemingsprestatie te intensiveren. Als resultante zal ook hun bezoldiging toenemen.3
Gaat men prestatiegericht bezoldigen dan zal de bezoldiging van bestuurders volgens deze visie dus stijgen. De potentiële toename van ondernemingsprestaties en de potentiële winst van aandeelhouders zullen volgens de theorie echter ook evenredig groter zijn.4 De stijging is derhalve geen verdeling van rijkdom die eigenlijk toebehoort aan de aandeelhouders en nu in de zakken van de bestuurder terecht komt, maar wordt betaald uit de extra inkomsten die gegenereerd worden door verbeterde ondernemingsprestaties.5