Inhoudsopgave
WFR 2026/43:Geen stille aftocht voor de partiële buitenlandse belastingplicht: over de samenloop met de lucratiefbelangregeling
WFR 2026/43
Geen stille aftocht voor de partiële buitenlandse belastingplicht: over de samenloop met de lucratiefbelangregeling
Documentgegevens:
Mr. S.L. Richards & mr. L.M. Ligthart, datum 26-01-2026
- Datum
26-01-2026
- Auteur
Mr. S.L. Richards & mr. L.M. Ligthart1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD43424:1
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Kostenvergoeding
Inkomstenbelasting / Buitenlands belastingplichtige
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Inkomstenbelasting / Resultaat uit overige werkzaamheden
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Loonbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
- Wetingang
Art. 2.6, 2.17, 3.95b, 4.12, 4.25 Wet IB 2001; , art. 2.4 Wet IB 2001, art. 3.92b Wet IB 2001, art. 11 Uitvoeringsbesluit IB 2001
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De auteurs analyseren de samenloop tussen de partiële buitenlandse belastingplicht en de lucratiefbelangregeling naar aanleiding van de zogeheten Action-zaken. In deze zaken oordeelden rechtbanken dat buitenlandse bestuurders hun lucratieve belangen via box 2 konden afwikkelen zonder Nederlandse belastingheffing, dankzij een combinatie van de 30%-regeling en de doorstootverplichting. Hof Amsterdam oordeelde in hoger beroep anders. Volgens de auteurs miskent het hof de wettekst en systematiek van de Wet IB 2001. Zij betogen dat de rechtbanken juridisch juist hebben geoordeeld en dat het hof zijn mandaat heeft overschreden. De afschaffing van de regeling voor partieel buitenlands belastingplichtigen per 2025 maakt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.