Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/148
148 Kritiek op de managerial powertheorie
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366588:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer Holmström & Kaplan 2003; Core, Guay & Thomas 2005; Hall & Murphy 2003; Kevin Murphy, Explaining Executive Compensation. Zie voor een overzicht Bratton 2005.
Bratton 2005, p. 3.
Zie bijvoorbeeld het artikel van Murphy 2012, p. 139 waarin Murphy toegeeft dat managerial power een rol speelt bij het vaststellen van de bezoldiging van bestuurders: “There is […] little doubt that – while CEOs are never explicitly involved in setting their own pay (even those sitting on their own compensation committees) – CEOs have subtle ways of influencing the compensation committee and the pay-setting process.” Opmerkelijk is overigens dat Murphy aanvaardt dat managerial power een rol speelt en ter onderbouwing vervolgens naar een artikel van zichzelf in 1999 verwijst (noot 161, p. 139): “For example, Murphy (1999) observes that while ‘outside board members approach their jobs with diligence, intelligence, and integrity ... judgment calls tend systematically to favor the CEO’. Faced with a range of market data on competitive pay levels, committees tend to error on the high side. Faced with a choice between a sensible compensation plan and a slightly inferior plan favored by the CEO, the committee will defer to management. Similarly, faced with a discretionary choice on bonus-pool funding, the committee will tend to over- rather than under-fund.” Zie tevens p. 156 waar hij het belang van managerial power onderkent: “Indeed, what makes CEO pay both interesting and complicated is the fact that the efficient contracting, managerial power, and political paradigms co-exist and interact.”
Zie hierover randnummer 140.
Liz Wolgemuth, Warren Buffet on Executive Compensation, U.S. News and World Report, 4 mei 2009, (te raadplegen op http://money.usnews.com/money/blogs/the-insidejob/2009/05/04/warren-buffet-on-executive-compensation (laatst bezocht op 5 augustus 2017)).
Murphy schrijft hierover: “However, as emphasized by Holmstrom and Kaplan (2003) and Frydman and Jenter (2010), there is no evidence that boards have become weaker or more captive over time. Indeed, every measure of board independence has improved since the mid-1980s.” Murphy, 2012, p. 139; Zie voor eerdere uitingen die betrekking hebben op deze kritiek naast de twee artikelen die Murphy noemt: Murphy 2002, p. 852: “This trend towards more independent boards, coupled with the simultaneous escalation in CEO pay seems directly inconsistent with the hypothesis that CEO pay patterns and practices are driven by managerial power considerations”; Thomas 2004: “All available evidence seems to show independent directors getting stronger and more numerous, CEO tenure declining and CEO turnover increasing during the same time period.”
Holmström 2005.
Hoewel vanuit financieel-economische hoek kritiek is geuit op de managerial powertheorie, blijft de meeste kritiek beperkt tot achterhoedegevechten.1 In zijn artikel over het academische debat tussen de financieel economen die de officiële visie verdedigen en Bebchuk en Fried schrijft Bratton:
“Both sides score points in this back and forth. But significant concessions have been accreting on the defensive side. There results a clear victory for Bebchuk and Fried. They win the match when the defense acknowledges that management power matters.”2
Tegenwoordig bestaat er zelfs onder de meest geduchte verdedigers van de optimaal contracttheorie consensus dat de managerial powertheorie een rol speelt bij het vaststellingsproces van de bezoldiging van bestuurders.3 Ook de Nederlandse wetgever lijkt de managerial powertheorie in het achterhoofd te hebben bij het ontwerpen van diverse bezoldigingsregels.4
Ook vanuit de kant van de aandeelhouders komt steeds vaker de kritiek dat het vaststellingsproces van de bezoldiging van bestuurders niet geheel op armlengte afstand verloopt. Warren Buffet sprak in 2009 tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders over de macht van de bestuurder als volgt:
“The CEO has had too much say in determining their compensation. […] these people [CEOs ECHJL] aren’t looking for Dobermans; they’re looking for cocker spaniels. It’s been a system that the CEO has dominated. In my experience, boards have done little in the way of thinking through as an owner what they ought to pay these people.”5
Desalniettemin is een belangrijk kritiekpunt overeind gebleven waarop de aanhangers van de managerial powertheorie geen sluitend antwoord hebben. Vanaf de jaren ’90, wanneer de meest progressieve toename van de bezoldiging wordt ingezet, zijn juist verschillende corporate governance mechanismen ingevoerd die de macht van de bestuurder moeten beperken. Sinds de erkenning van de managerial powertheorie zijn er wederom verschillende hervormingen doorgevoerd om de invloed van de bestuurder tegen te gaan. Ondanks deze hervormingen is de continue stijging van de bezoldiging van bestuurders geen halt toegeroepen.6
“Why did the problems with executive pay arise in the 1990s, but not earlier? If anything, executives seem to have been robbed of some of their power since the 1980s… The power theory on its own fails the timing test”.7
Hoewel de managerial powertheorie een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontmaskering van de officiële visie als heersende leer en in het bijzonder aan het blootleggen van de zwakheden van het onderhandelingsproces tussen de commissarissen en de bestuurders, lijkt zij geen volledige verklaring te kunnen geven voor de continue stijging van het bezoldigingsniveau. De managerial powertheorie geeft dus wel een indicatie dat bestuurders te veel betaald krijgen, maar kan geen sluitend antwoord geven op de precieze problematiek rondom de totstandkoming van de bezoldiging van bestuurders.