De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/136:136 Afsluitende opmerkingen
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/136
136 Afsluitende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372624:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Principe 3.1. Code 2016.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vorengenoemde uitdagingen ten spijt geven de bevindingen van dit onderzoek voldoende redenen voor de raad van commissarissen om tot een herijking van de eigen bezoldigingsstructuur over te gaan. De raad van commissarissen wordt hierin gesteund doordat uit het hernieuwde beloningsprincipe in de Code 2016 eenzelfde opdracht voortvloeit.1 De voorgestelde gewijzigde structuur is in lijn met dit hernieuwde beloningsprincipe. Door het wegvallen van de complexe invulling die veelal wordt gegeven aan het vooraf sturen van bestuurders zal het bezoldigingsbeleid eenvoudiger worden. Meer eenvoud in combinatie met een heldere bezoldigingsideologie zal leiden tot een duidelijk en begrijpelijk bezoldigingsbeleid. Verder is de voorgestelde structuur meer gericht op het creëren van waarde op de lange termijn en zet het bezoldigingsbeleid bestuurders niet (langer) aan tot gedrag in hun eigen belang noch tot het nemen van risico’s die niet passen binnen de geformuleerde strategie en de vastgestelde risicobereidheid. Het ontbreekt de raad van commissarissen dan ook niet aan rechtvaardigingsgronden voor het oplossen van een van de fundamentele problemen van de huidige wijze van bezoldigen.