Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/41
41 Een nieuwe buitengewone status voor bestuurders
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS371380:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Landry 1995, p. 109 en 120.
Landry 1995, p. 121.
Washington 1941, p. 734
De ideeën van Taylor beginnen hun weerslag te krijgen binnen de academische wereld, omdat hij met zijn experimenten voor het eerst een wetenschappelijke onderbouwing verschaft voor verschillende management theorieën. De management business schools nemen de theorieën deels over. De positieve houding van deze scholen tegenover winstdelingen, geven de scholen mee aan de bestuurders-in-de-dop die bij hen een opleiding hebben genoten. Hoewel Taylor zelf weinig succesvol is in het overtuigen van bedrijven om zijn ideeën te implementeren, zijn zijn discipelen dat wel. Zij kunnen dan ook als voorlopers van de eerste beloningsconsultants worden beschouwd.
De toenemende macht van de bestuurders zorgt er tevens voor dat bestuurders zichzelf een nieuwe buitengewone status aanmeten. Zij zien zichzelf niet meer slechts als de ‘agents’ van de beleggers of leden van een team, maar als ondernemers en leiders wier beslissingen cruciaal zijn voor het succes van de onderneming. Zij worden hierbij geholpen doordat de goede jaren die de verschillende ondernemingen doormaken niet worden toegeschreven aan hun eigenaren of een gunstig getij, maar aan de bestuurders die de leiding in handen hebben.1 Hierdoor krijgen bestuurders steeds meer ruimte om eisen te stellen en invloed uit te oefenen op hun eigen bezoldiging. En hun voorkeur gaat uit naar het ontvangen van winstdelingen.2
“In one after another of our great corporations we see the professional executive taking charge. The corporation president of this new type becomes a public figure. His pronouncements are heard with respect. He takes an active part in the life of his community. His position must be maintained in proper style. He reminds himself of the necessity of accumulating capital, so that after his retirement he may live in comfort and still have a substantial estate to bequeath to his children. All this takes money, and in the post-war years corporation managers successfully demanded it.”3
Zij worden daarbij geholpen door het academisch landschap dat voor verschillende rechtvaardigingsgronden zorgt voor het invoeren van bonusplannen. Ondanks enkele prominente tegenstanders krijgt het bezoldigen door middel van het toekennen van variabele beloning steeds meer voet aan de grond.4