De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/8.5.3.5:8.5.3.5 Certificering
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/8.5.3.5
8.5.3.5 Certificering
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363923:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor oorzaken en cijfers Zaman 2008, p. 643-644 en 646-651.
Kamerstukken I, 2006/07, 30 419, C, p. 3. Dit zijn als ik het goed zie de gevallen 1, 2 en 7 genoemd bij Doorman 2008-2, p. 494.
Vgl. Zaman 2008, p. 661. Zie ook Van Solinge 2001-1, p. 107. Van den Ingh heeft terecht opgemerkt dat in het laatste geval geen sprake is van potentiële zeggenschap, zoals bij de andere twee opties, maar van indirecte zeggenschap, zie Van den Ingh 2001, p. 103.
Vgl. reeds Hijmans van den Berg/Van Solinge 2000, p. 72,
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel certificering als beschermingsconstructie op haar retour is1, hanteren enkele – met name niet AEX-genoteerde – vennootschappen deze constructie nog steeds. Over de ingewikkelde vragen waartoe certificering in het kader van het verplicht bod aanleiding kan geven, is al veel geschreven. Thans komt enkel aan de orde of bij certificering een biedplicht kan ontstaan wegens defensief acting in concert.
Voor een goed begrip eerst enkele verplicht bod-basics. Aangezien het verplicht bod aansluit bij het kunnen uitoefenen van stemrechten is de stichting AK als aandeelhouder (ten titel van beheer) biedplichtig, doch vrijgesteld ex art. 5:71 lid 1 sub d Wft. Een biedplicht voor certificaathouders komt slechts in drie situaties in beeld: i) wanneer zij via een volmacht stemrechten kunnen uitoefenen2; ii) wanneer tot royement besloten wordt; of iii) wanneer zij het bestuur van het AK kunnen instrueren om het stemrecht conform hun standpunt uit te oefenen.3
Vooropgesteld zij dat certificering zelf geen biedplicht activeert wegens het ontbreken van de vereiste betrokkenheid van de doelvennootschap (zie eerder § 8.3); het feit dat de certificaten met medewerking van die vennootschap zijn uitgegeven maakt dit niet anders. Betrokkenheid van de doelvennootschap kan zich onder bijzondere omstandigheden echter wel degelijk voor doen. Denk aan afspraken tussen het bestuur van de doelvennootschap en het AK-bestuur aangaande de volmachtverlening of stemrechtuitoefening door laatstgenoemde. Het feit dat het bestuur van het AK onafhankelijk moet zijn ex art. 2:118a lid 3 BW voorkomt dit niet (zie eerder over de onafhankelijkheid van het bestuur van de beschermingsstichting). Denkbaar zijn ook afspraken tussen het bestuur van de doelvennootschap en de certificaathouders, bijvoorbeeld om tegen decertificering te stemmen.
Indien in een voorkomend geval wordt geconcludeerd dat het AK in onderling overleg met de doelvennootschap handelt, ontstaan soortgelijke vragen als ten aanzien van de vrijstelling voor dat AK als hiervoor inzake de beschermingsstichting werden besproken. Ook hier moet op de mogelijkheid worden gewezen van meerdere administratiekantoren.4