Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.2.4.3:5.2.4.3 Schade bij derden
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.2.4.3
5.2.4.3 Schade bij derden
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS418614:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. VII Wet van 20 december 1996, Stb. 1996, 654.
Besluit van de Minister van Financiën van 21 juli 1997, nr. wv 97/523M, Stcrt. 1997, 138.
HvJ EG 29 april 2004, gevoegde nrs. C-487/01 en C-7/02 (Gemeente Leusden en Holin Groep BV cs.), BNB 2004/260 (concl. A-G Tizzano; m.nt. Zadelhoff), ro. 73 en Kamminga 2005, p. 363.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de in par. 5.2.4.2 genoemde voorbeelden blijkt reeds impliciet dat een wetswijziging ook tot schade bij derden kan leiden. Het voorbeeld zoals behandeld leidt tot investeringskosten voor de uitgever van obligatie A. Indien de fiscale behandeling van obligatie A in begunstigende zin zou worden aangepast, kan dit leiden tot een waardedaling van obligatie B. Ook in een verder verwijderd verband kunnen derden nadeel lijden. Als ten gevolge van een ingreep in de hypotheekrenteaftrek de vraag naar woningen tijdelijk afneemt, zal dat bijvoorbeeld ook merkbaar zijn voor makelaars en hypotheekverstrekkers. In par. 5.2.3.2 kwam reeds aan de orde dat derden ook ten gevolge van de afwenteling van belastingen indirect schade kunnen lijden.
De vraag rijst of derden die schade lijden, op grond van het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen beschermd moeten worden. De neveneffecten van wetswijzigingen zullen voorafgaand aan de wetswijziging in het algemeen moeilijk kunnen worden bepaald. Hierop bestaan evenwel uitzonderingen. Bij aanpassingen in de brandstofaccijns per 1 januari 1997 is een voorziening in de wet opgenomen op grond waarvan een tegemoetkomende regeling voor pomphouders in de grensstreek met Duitsland kon worden getroffen.1 Dit heeft geresulteerd in de Tijdelijke regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland, op grond waarvan de betreffende pomphouders een subsidie konden aanvragen naar rato van het aantal verkochte liters brandstof.2 Niet duidelijk is echter of deze pomphouders zijn gecompenseerd wegens hun verwachtingen omtrent het voortbestaan van de oude regel of dat daaraan andere – bijvoorbeeld economische – redenen ten grondslag hebben gelegen.
Het communautaire rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel bieden geen ruimte voor de bescherming van de belangen van derden. Beide beginselen beschermen slechts de belastingplichtige zelf.3 Gelet op de aard van het rechtszekerheidsbeginsel – het verschaffen van duidelijkheid omtrent de rechtspositie aan de belastingplichtige – dient de insteek van het Hof van Justitie EG mijns inziens ook hier te worden gevolgd. De schade die een derde indirect van een wetswijziging ondervindt, moet derhalve voor de toetsing aan het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen buiten beschouwing worden gelaten. Op grond van het evenredigheidsbeginsel kan het wel gewenst zijn rekening te houden met de gevolgen voor derden (zie par. 8.2.1.2).