V-N 2025/9.6
Het APV-regime komt niet aan de orde als een entiteit ingevolge de jurisprudentie transparant is
HR 14-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:241, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 februari 2025
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Faase, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
23/00153
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS999382:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑02‑2025
ECLI:NL:HR:2025:241, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑02‑2025
- Wetingang
art. 8:29 Awb; art. 2.14a Wet IB 2001
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het verzoek van X en Y om bepaalde interne stukken van de Belastingdienst te overleggen ten onrechte tardief heeft verklaard. Uit de processtukken blijkt namelijk dat het verzoek van X en Y en de reactie daarop van de inspecteur niet betrekking hebben op dezelfde stukken.
Samenvatting
Belanghebbenden, X en Y, zijn getrouwd. Y richt in 1987 V NV op, een naamloze vennootschap naar Curaçaos recht. In 1999 wordt op verzoek van Y SPF Q opgericht door M NV, gevestigd te Curaçao. Y schenkt vervolgens de aandelen V NV aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.