Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.4.1:6.4.1 Oprechtheid
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.4.1
6.4.1 Oprechtheid
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het dagelijks leven is de (vermeende) oprechtheid van de persoon die een bewering doet een belangrijk aanknopingspunt om te beslissen of we al dan niet geloof hechten aan die bewering. Wat moet hier onder oprechtheid worden verstaan? In de Van Dale wordt oprechtheid beschreven als eerlijk en zonder bijbedoelingen. Bernard Williams, een Britse filosoof gespecialiseerd in ethiek, verstaat onder oprechtheid dat een spreker gelooft dat wat hij zegt waar is.1 Op het moment dat een spreker een bewering doet waarvan hij weet (of beter: meent te weten) dat deze onjuist is, met de bedoeling om de toehoorder te misleiden dan spreken we van een leugen. Er zijn immers ook andere manieren om de toehoorder iets te laten geloven zonder daarbij onwaarheden te spreken, namelijk door middel van implicatie. In de literatuur wordt in dit verband wel gesproken van conversational implicatures. De spreker beweert iets wat hij zelf voor waar houdt, maar met de bedoeling en op een zodanige manier dat bij de toehoorder een onjuiste overtuiging kan postvatten of een incorrect beeld kan ontstaan. Hij doet dit door gebruik te maken van bij de toehoorder levende en algemeen gedeelde conventies en veronderstellingen.2 In dit geval gaat dat wat wordt gecommuniceerd met een bepaalde zinsnede verder dan wat letterlijk wordt gezegd. Strikt bezien betreft het geen leugen, maar er wordt wel misbruik gemaakt van het vertrouwen van de toehoorder, waardoor deze op het verkeerde been wordt gezet. Oprechtheid is dus meer dan alleen het zich onthouden van leugens en is gekoppeld aan de notie van vertrouwen.
Oprechtheid is een wezenlijke voorwaarde voor het afleggen van geloofwaardige verklaringen en voor de toehoorder om te kunnen vertrouwen op hetgeen wordt verklaard. De bereidheid van de toehoorder om datgene wat wordt beweerd als waar aan te nemen, is gestoeld op de verwachtingen die de toehoorder heeft omtrent de motieven van een ander.3 Op het moment dat aan die motieven om een waarachtige verklaring af te leggen kan worden getwijfeld, zal dat vertrouwen worden aangetast en de bereidheid om de verklaring als waar aan te nemen afnemen.Omde oprechtheid van een getuige te kunnen inschatten, is van belang dat de beoordelaar enig inzicht heeft in dat wat de getuige beweegt om een verklaring af te leggen en wat in grote lijnen zijn achtergrond is.
Aanleiding om aan de oprechtheid van de getuige te twijfelen, kan zijn gelegen in diens eigenbelang of diens persoonlijke relatie met de dader. Om te voorkomen dat getuigen een verklaring afleggen die niet met de werkelijkheid overeenkomt, is de eed en voor bepaalde getuigen een verschoningsrecht in het leven geroepen. Het bestaan van de eed laat zien dat we in het strafproces nog steeds hechten aan de integriteit van de persoon die de verklaring aflegt, hoewel vandaag de dag kan worden getwijfeld aan het effect daarvan. De eedsformule weerspiegelt dat van de getuige niet alleen wordt verwacht dat hij zich onthoudt van het vertellen van leugens, maar dat hij volledige openheid van zaken geeft. Het gaat om ‘de geheele waarheid en niets dan de waarheid’ (art. 216a lid 1 Sv).
In het strafproces staan bepaalde personen onder extra verdenking dat zij in een voorkomend geval mogelijk niet de waarheid zouden kunnen vertellen. Hierbij kan worden gedacht aan medeverdachten en kroongetuigen, die een eigen belang kunnen hebben bij het afleggen van een al dan niet onjuiste verklaring. In de meeste rechtssystemen zijn afzonderlijke procedures gecreëerd voor het horen van deze personen en het gebruik van hun verklaringen voor het bewijs. Een categorie die in dit verband genoemd moet worden zijn de anonymi, getuigen van wie de identiteit onbekend is gebleven. Verklaringen afkomstig van dit type getuigen moeten met extra behoedzaamheid worden benaderd, omdat met het niet prijsgeven van de identiteit geen volledig beeld kan worden verkregen van hun motieven en hun relatie tot de verdachte.