Gst. 2017/152
Invordering van dwangsommen ruim vier jaar na afloop begunstigingstermijn. In beginsel mag het bestuursorgaan voor het moment van verbeuring uitgaan van het moment van feitelijke constatering. Het is aan de overtreder om te stellen en te bewijzen dat de dwangsommen al op een eerder moment van rechtswege zijn verbeurd en de bevoegdheid tot invordering is verjaard. Nu in de tussenliggende periode van vier jaar slechts sporadisch is gecontroleerd, behoort de bewijsnood van de overtreder evenwel voor rekening en risico van het college te komen. (Best)
RvS 12-07-2017, ECLI:NL:RVS:2017:1860, m.nt. P.H.J. de Jonge en A. Vonk Noordegraaf
- Instantie
Raad van State
- Datum
12 juli 2017
- Magistraten
Mrs. D.A.C. Slump, S.F.M. Wortmann en G.T.J.M. Jurgens
- Zaaknummer
201604019/1/A1
- Noot
P.H.J. de Jonge en A. Vonk Noordegraaf
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS927286:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Omgevingsrecht / Handhaving
Invordering (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2017:1860, Uitspraak, Raad van State, 12‑07‑2017
- Wetingang
(Art. 5:35 Awb)
Essentie
Invordering van dwangsommen ruim vier jaar na afloop begunstigingstermijn. In beginsel mag het bestuursorgaan voor het moment van verbeuring uitgaan van het moment van feitelijke constatering. Het is aan de overtreder om te stellen en te bewijzen dat de dwangsommen al op een eerder moment van rechtswege zijn verbeurd en de bevoegdheid tot invordering is verjaard. Nu in de tussenliggende periode van vier jaar slechts sporadisch is gecontroleerd, behoort de bewijsnood van de overtreder evenwel voor rekening en risico van het college te komen. (Best)
Samenvatting
Bij een besluit tot invordering moet het college tijdig overgaan tot de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.