Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2017/1132 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht
Artikel 13 bis Definities
Geldend
Geldend vanaf 30-01-2025
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 31-07-2028.
- Bronpublicatie:
19-12-2024, PbEU L 2025, 2025/25 (uitgifte: 10-01-2025, regelingnummer: 2025/25)
- Inwerkingtreding
30-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-12-2024, PbEU L 2025, 2025/25 (uitgifte: 10-01-2025, regelingnummer: 2025/25)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Marktintegratie
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voor de toepassing van dit hoofdstuk:
- 1)
‘elektronisch identificatiemiddel’: een elektronisch identificatiemiddel zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad (1);
- 2)
‘stelsel voor elektronische identificatie’: een stelsel voor elektronische identificatie zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 4, van Verordening (EU) nr. 910/2014;
- 3)
‘elektronisch middel’: elektronische uitrusting die wordt gebruikt voor de verwerking — waaronder digitale compressie — en de opslag van gegevens, en aan de hand waarvan informatie aanvankelijk wordt verzonden en op haar bestemming wordt ontvangen, waarbij die informatie volledig wordt verzonden, doorgeleid en ontvangen op een door de lidstaten vast te stellen wijze;
- 4)
‘oprichting’: het volledige proces van oprichting van een vennootschap overeenkomstig het nationale recht, waaronder het opstellen van de oprichtingsakte van de vennootschap en alle nodige stappen met het oog op opname van de vennootschap in het register;
- 5)
‘registratie van een bijkantoor’: een proces dat leidt tot de openbaarmaking van documenten en informatie betreffende een in een lidstaat pas geopend bijkantoor;
- 6)
‘model’: een model voor de oprichtingsakte van een vennootschap dat door de lidstaten overeenkomstig het nationale recht wordt opgesteld en wordt gebruikt voor de online oprichting van een vennootschap overeenkomstig artikel 13 octies.
- 7)
‘moedervennootschap’: een vennootschap die zeggenschap heeft over een of meer dochtervennootschappen;
- 8)
‘uiteindelijke moedervennootschap’: een moedervennootschap die niet onder zeggenschap staat van een andere vennootschap;
- 9)
‘tussenhoudstermaatschappij’: een onder het recht van een lidstaat vallende moedervennootschap die niet onder zeggenschap staat van een andere vennootschap die onder het recht van een lidstaat valt en die geen uiteindelijke moedervennootschap is;
- 10)
‘dochtervennootschap’: een vennootschap die onder zeggenschap staat van een moedervennootschap;
- 11)
‘groep’: een uiteindelijke moedervennootschap en al haar dochtervennootschappen;
- 12)
‘legalisatie’: de formaliteit waarbij een bevestigende verklaring wordt afgegeven omtrent de echtheid van de handtekening van een ambtenaar op een document, de hoedanigheid waarin de ondertekenaar van dat document heeft gehandeld en, in voorkomend geval, de identiteit van het zegel of het stempel op dat document;
- 13)
‘soortgelijke formaliteit’: de toevoeging van de apostille waarin wordt voorzien bij het Apostilleverdrag.
Voetnoten
Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73);