V-N 2019/3.21
Rechtbank verbindt aan ‘overvaltactiek’ gemachtigde in WOZ-procedure geen gevolgen
Rb. Oost-Brabant 28-09-2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:4764, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
28 september 2018
- Magistraten
Soeteman, De Heer Schotman, Makkinga
- Zaaknummer
17_386
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS930215:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2018:4764, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 28‑09‑2018
- Wetingang
Essentie
Rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat de gemachtigde van X de grenzen van het toelaatbare opzoekt met het eerst op zitting naar voren brengen van inhoudelijke argumenten tegen de WOZ-waarde. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de grieven tardief te verklaren.
Samenvatting
Belanghebbende, X, is het niet eens met de WOZ-waarde 2016 van haar golfcomplex gelegen in ’s-Hertogenbosch. De gemeente verdedigt een waarde van € 7.850.000.
Rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat de gemachtigde van X de grenzen van het toelaatbare opzoekt met het pas op zitting naar voren brengen van inhoudelijke argumenten tegen de WOZ-waarde. De rechtbank ziet echter geen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.