Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/3.6:3.6 Conclusie
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/3.6
3.6 Conclusie
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS351674:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begrip `bedrijfswaarde' is ingebed in het veel algemenere begrip 'goed koopmansgebruik'. Daarmee maakt het een vast onderdeel uit van de vaststelling van de fiscale jaarwinst. De term 'goed koopmansgebruik' moet overigens puur als een fiscaal begrip worden gezien met een geheel eigen inhoud.
Het begrip bedrijfswaarde heeft geen relatie met de voorzichtigheid, als element van goed koopmansgebruik. Het beginsel van de voorzichtigheid is slechts aan de orde bij winstrealisatie en de vraag of winst ten volle tot het resultaat moet worden gerekend. Een voorbeeld is de afwaardering van debiteuren als zijnde vorderingen ontstaan uit ondernemingsactiviteiten. Bij afwaardering van een activum op lagere bedrijfswaarde bestaat er in het geheel geen relatie met winstrealisatie. Met een dergelijke afwaardering van een activum wordt balans-flattering voorkomen en komen negatieve stille reserves tot uitdrukking. De bedrijfswaarde is wezenlijk een representant van het realiteitsbeginsel, het desbetreffende verlies heeft bij een dergelijke afwaardering een duurzaam karakter.
Bij een aanmerkelijke waardedaling is afwaardering van het activum op lagere bedrijfswaarde verplicht. Het in deze situatie niet afwaarderen is in strijd met goed koopmansgebruik. Bij een verplichte afwaardering op lagere bedrijfswaarde is geen sprake van een stelselwijziging waardoor de problematiek inzake het niet mogen behalen van een incidenteel fiscaal voordeel niet aan de orde is.
Het uit een vermindering van de bedrijfswaarde voortvloeiend verlies, dient in aanmerking te worden genomen in het jaar waarin zich het verlies voordoet. Heeft het desbetreffende verlies zich al in een eerder jaar voorgedaan dan zijn de regels inzake de foutenleer van toepassing.
Waardering van een bedrijfsmiddel op hogere bedrijfswaarde, boven de boekwaarde casu quo historische kostprijs, is in strijd met goed koopmansgebruik met name het realisatiebeginsel. Op die wijze wordt namelijk winst in de belastingheffing betrokken die nog in het geheel niet gerealiseerd is. Dit geldt niet voor een situatie waarbij in het verleden een afwaardering op lagere bedrijfswaarde heeft plaatsgevonden en nadien de bedrijfswaarde stijgt. Dan dient wèl opwaardering plaats te vinden. Er is dan geen sprake van winstrealisatie maar van het redresseren van een in het verleden in aanmerking genomen verlies.