Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.1:6.1 Inleiding
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit komt vooral in het leugendetectieonderzoek heel duidelijk naar voren. Zie Vrij 2008, p. 115.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de waarheidsvinding is het van groot belang om de geloofwaardigheid van getuigenverklaringen te beoordelen en in dit verband waarheidsgetrouwe verklaringen te kunnen onderscheiden van niet-waarheidsgetrouwe verklaringen. Op dit terrein is in de rechtspsychologie veel onderzoek verricht. Hoewel het onderzoeksterrein divers is en veel inzichten nog niet zijn uitgekristalliseerd, biedt de bestudering daarvan wel meer inzicht in de relevante factoren voor inschatting van de waarheidsgetrouwheid van getuigenverklaringen en daarmee aanknopingspunten voor de wijze waarop de toetsing in het strafproces vorm zou kunnen krijgen. Bestudering van de rechtspsychologische literatuur biedt tevens enig inzicht in de persoon van de beoordelaar, dat wil zeggen de wijze waarop getuigenverklaringen worden gewaardeerd en de factoren die daarop van invloed zijn. Uit onderzoek blijkt dat mensen niet altijd de juiste maatstaven aanleggen bij het beoordelen van de waarachtigheid van verklaringen.1
In dit hoofdstuk vindt een inventarisatie plaats van de factoren relevant voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van getuigenverklaringen. Het onderzoek naar de geloofwaardigheid geschiedt ten behoeve van het bepalen van de bewijswaarde (ofwel: de diagnostische waarde) van de getuigenverklaring. Immers, alleen aan geloofwaardige getuigenverklaringen kan bewijswaarde worden toegekend. Zoals uit hoofdstuk 2 reeds duidelijk werd, is de bewijswaarde van de getuigenverklaring echter niet uitsluitend afhankelijk van de geloofwaardigheid, maar ook van de inhoud van die verklaring in relatie tot de concurrerende hypothesen. De inhoud kan volledig accuraat zijn, maar bijvoorbeeld weinig specifiek of betrekking hebben op een ondergeschikt onderdeel van de bewijsconstructie, waardoor daaraan (toch) slechts geringe bewijswaarde toekomt. In dit verband is in § 2.5.2 het voorbeeld genoemd van de getuige die naar aanleiding van een overval een signalement afgeeft met kenmerken die zo veelvoorkomend zijn dat een aanzienlijk deel van de bevolking aan dat signalement voldoet.
Bij het in kaart brengen van de factoren is ervoor gekozen om de verschillende factoren te clusteren aan de hand van een viertal aandachtsgebieden, namelijk de verklaring, de bron, de presentatie en de totstandkoming. In deze volgorde zullen ze in dit hoofdstuk ook worden besproken. De keuze voor de volgorde van bespreking is daarop gebaseerd dat het uiteindelijk de verklaring is die op haar inhoud moet worden beoordeeld en voor het bewijs kan worden gebruikt. Factoren gelieerd aan de bron, de presentatie en de totstandkoming zijn uitsluitend van belang voor zover zij een ander licht werpen op de inhoud van de verklaring, dat wil zeggen de mate waarin daaraan geloof mag worden gehecht (de geloofwaardigheid van de verklaring dus). Daarbij moet worden opgemerkt dat een deel van de informatie met betrekking tot de andere aandachtsgebieden, zoals de persoon van de getuige en de omstandigheden waaronder is verklaard, weer besloten ligt in diezelfde verklaring.
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. Allereerst wordt stilgestaan bij het onderzoek dat naar de waarheidsgetrouwheid van getuigenverklaringen wordt verricht (§ 6.2). Vervolgens komen de verschillende aandachtsgebieden aan de orde. De factoren die besloten liggen in de inhoud van de afgelegde verklaring worden als eerste behandeld (§ 6.3). Daarna volgen de factoren die zijn gerelateerd aan de bron, dat wil zeggen de persoon van de getuige (§ 6.4). Vervolgens worden de factoren besproken die betrekking hebben op de wijze waarop de getuige zijn verhaal ten overstaan van de beoordelaar presenteert of de wijze waarop zijn verklaring door een ander medium wordt gepresenteerd (§ 6.5). Ten slotte komen de factoren kort aan de orde die zijn gelegen in de wijze waarop de verklaring tot stand is gekomen (§ 6.6).