V-N 2025/53.19
Hoge Raad vernietigt veroordeling van adviseur voor opzettelijk onjuiste indiening IB-aangiften van anderen
HR 18-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1699
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 november 2025
- Magistraten
Borgers, Caminada, Kuiper
- Zaaknummer
23/01977
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD36511:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Aangifte
Fiscaal strafrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1699, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:868, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑09‑2025
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat X niet degene is die opzettelijk de onjuiste IB-aangiften heeft gedaan. De delictomschrijving van art. 69 lid 2 AWR ziet namelijk uitsluitend op degene op wiens belasting- of betalingsplicht die aangifte betrekking heeft of op zijn wettelijke vertegenwoordiger.
Samenvatting
X is in hoger beroep veroordeeld tot veertien maanden cel wegens het herhaaldelijk en opzettelijk indienen van onjuiste elektronische IB-aangiften van zeven andere belastingplichtigen en het gewoontewitwassen van € 728.809. In de betreffende aangiften werden onder meer gefingeerde aftrekposten opgevoerd. X gaat in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt dat X niet als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.