Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.4.2:6.4.2 Competentie
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.4.2
6.4.2 Competentie
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Anderson, Schum & Twining 2005, p. 71.
Een derde groep betreft de mensen die onder invloed zijn van verdovende middelen. Ook voor die groep geldt dat afgelegde verklaringen met extra zorg moeten worden bekeken.
Van der Sleen & Heestermans 2010, p. 614 en Rassin & Van Koppen 2010, p. 585.
Van der Sleen & Heestermans 2010, p. 619.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een getuige is competent als hij in de gelegenheid is geweest om een waarneming te doen, kan begrijpen wat hij heeft waargenomen en in staat is op coherente wijze verslag te doen van de resultaten van zijn waarneming (en daarbij enig besef heeft van wat het inhoudt om de waarheid te moeten vertellen).1 Er zijn in ieder geval twee groepen wier verklaringen vanuit een oogpunt van waarheidsgetrouwheid extra kritisch worden bekeken, dat zijn kinderen en personen met een verstandelijke beperking.2 Hoewel het verschillende groepen personen betreft, komt de problematiek in belangrijke mate overeen. Zowel bij kinderen als getuigen met een verstandelijke beperking is sprake van een vergrote kans op het verkrijgen van onbetrouwbare verklaringen in vergelijking met normaal begaafde volwassenen. Dit kan enerzijds het gevolg zijn van beperkingen in het geheugen, het taalbegrip en het vermogen tot abstract denken en anderzijds van een versterkte beïnvloedbaarheid van betrokken personen.3 Die beïnvloedbaarheid is gelegen in het feit dat zij meer suggestibel zijn, eerder geneigd zijn bevestigend te antwoorden en gevoelig zijn voor positieve en negatieve feedback. De mate waarin deze beperkingen zich voordoen is afhankelijk van de leeftijd of – indien het personen met een verstandelijke beperking betreft – van het niveau van de beperking. Indien zich op grond van leeftijd of verstandelijke vermogens een beperking voordoet, dan dient daar bij het verhoor rekening mee te worden gehouden, onder meer door het vermijden van suggestieve vragen, het aanpassen van het tempo en taalgebruik van de verhoorder en de tijdsduur van het verhoor. Ook sturing door middel van het geven van positieve of negatieve feedback kan de waarheidsgetrouwheid van de afgelegde verklaring beïnvloeden vanwege de gevoeligheid van dit type getuigen voor meegaandheid.4 Indien blijkt dat tijdens het verhoor suggestieve vragen zijn gesteld of het verhoor anderszins niet naar de regelen der kunst is afgenomen, dan is dat van invloed op de geloofwaardigheid van de afgelegde verklaring.