Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/7.2.1:7.2.1 Packers modellen in opvattingen van politiemensen, officieren van justitie en rechters
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/7.2.1
7.2.1 Packers modellen in opvattingen van politiemensen, officieren van justitie en rechters
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200787:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze heeft in het Amerikaanse strafrechtsysteem waarop Packers theorie is gebaseerd, een andere rol dan de Nederlandse officier van justitie (zie hoofdstuk 2).
Politiemensen hanteren vaak een niet-juridisch ‘vakmanschap’ (zie hoofdstuk 4).
Om het recht op een eerlijk proces te realiseren, is de kenbaarheid van de regels van belang: ‘De verdachte moet bij het voeren van zijn verdediging een inschatting kunnen maken van de consequenties van de procesopstelling die hij kiest.’ (Groenhuijsen & Knigge, 2004: 30)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Packer veronderstelt dat kenmerken van zijn due process en crime control modellen in de praktijk (in een rechtsstaat) normaalgesproken in combinatie voorkomen. Dit onderzoek geeft dit ook aan: tussen de dominante opvattingen in de verschillende strafrechtelijke instituties is het spanningsveld tussen beide modellen aanwezig. Echter, Packers veronderstelling is dat crime control wordt gesteund door politie en de officier van justitie1 en due process door de rechter (zie hoofdstukken 1 en 2). Deze veronderstelling wordt door dit onderzoek niet bevestigd. Politiemensen, officieren van justitie en rechters denken verschillend over strafrechtelijke onderwerpen, maar soms ook hetzelfde. Er is geen absoluut onderscheid tussen de groepen te maken, er is eerder sprake van een gradueel verschil. Het blijkt dat in de opvattingen van alle drie de groepen due process en crime control elementen kunnen worden aangetroffen.
In het algemeen passen opvattingen van politiemensen bij Packers crime control model. Met name de discussie die zich soms voor blijkt te doen over de beoordeling van bewijs geeft dit aan. De rechterlijke macht beoogt daarmee, volgens het ideaal van due process, terughoudender om te gaan en de individuele verdachte meer te beschermen dan politiemensen zouden wensen. Door veel politiemensen wordt uitgegaan van de betrouwbaarheid van feitenonderzoek en het willen beperken van tegenwicht vanuit de rechterlijke macht: ze vinden officieren van justitie en rechters vaak te kritisch. In lijn hiermee beschouwen politiemensen het als een gebrek aan steun van officieren van justitie en rechters als hun verklaring of proces-verbaal niet wordt gevolgd. Aan een efficiënte veroordeling (in het belang van crime control) staat dit in de weg. Politiemensen gaan echter niet uit van een schuldpresumptie, zoals het crime control model veronderstelt.2 Dit begrip maakt onderdeel uit van een ideaaltypisch model en is in de praktijk niet aan te treffen. Wel zien politiemensen het strafrecht vaak als een hindernis (vgl. Packer, 1964: 13) om rechtvaardigheid te kunnen realiseren.
In hun opvatting over hoe strafrecht dient te functioneren, krijgt bij zowel een deel van de officieren van justitie als een deel van de rechters bescherming van de verdachte in het strafrecht voorrang op het belang van criminaliteitsbestrijding. In lijn met het ideaal van due process wil een deel van de magistraten kritisch omgaan met de beoordeling van bewijs en met het overnemen van de interpretatie van de politie daarvan. Ook komt in lijn met het due process model het adversaire aspect van het strafproces naar voren in opvattingen van officieren van justitie en rechters: verdachte moet voldoende gelegenheid krijgen zich ten overstaan van de rechter te kunnen verdedigen (zie hoofdstukken 5 en 6).
Sommige officieren en rechters blijken opvattingen te hebben die aansluiten bij het crime control model. Zo wordt voorlopige hechtenis door zowel een deel van de officieren en tevens door sommige rechters als voorschot op de straf beschouwd: de onschuldpresumptie (due process) wordt hier niet gehanteerd en jurisprudentie wordt niet altijd als dwingend gezien. Packer stelt dat zijn modellen beide binnen het recht vallen (zie hoofdstuk 2). Daarbij is volgens het due process model de rechter cruciaal voor het realiseren van de rechtsbeschermende functie van het strafproces. Uit voorgaande blijkt echter dat opvattingen van politiemensen, officieren van justitie én rechters soms aan geldend recht voorbij gaan. Due process wordt daarmee een diffuus begrip, want: wat betekent de rechter voor een verdachte als deze het belang van regels relativeert; de juridische kaders die aan bewijsbeoordeling en voorlopige hechtenis zijn gesteld?3
Tot slot komt onder officieren van justitie en rechters de opvatting voor dat soms te voorzichtig wordt omgegaan met de bewijsbeslissing. Hierbij dringt zich opnieuw Packers crime control model op, waarin het strafrecht als een hindernisbaan wordt voorgesteld. Ook in lijn met Packers crime control model wordt de betrouwbaarheid van politie en OM soms benadrukt.