Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/2.6.3:2.6.3 Het verbod in de UPCA
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/2.6.3
2.6.3 Het verbod in de UPCA
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955449:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Pinckaers, IER 2022/10, afl. 2, p. 92-95; Pors, BIE 2021/6, p. 285-290.
In Nederland is een Lokale Divisie opgericht in Den Haag.
De UPCA voorziet in een transitieperiode van zeven jaar waarin octrooihouders ervoor kunnen kiezen om hun EP’s buiten de rechtsmacht van het UPC houden. Maken zij gebruik van deze ‘opt-out’, dan zijn alleen nationale rechtbanken bevoegd zijn om over deze octrooien te oordelen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van de intellectuele eigendom is de op 1 juni 2023 van kracht geworden Overeenkomst betreffende een Eengemaakt Octrooigerecht (Agreement on a Unified Patent Court; ‘UPCA’).1 De overeenkomst roept een unitair octrooi in het leven met eenvormige bescherming en rechtsgevolgen. Daarnaast voorziet de UPCA in een gespecialiseerd octrooigerecht dat bevoegd is ten aanzien van geschillen over zowel unitaire als Europees verleende octrooien (Unified Patent Court; ‘UPC’). Het UPC bestaat uit Regionale en Lokale Divisies die zich voornamelijk bezighouden met octrooi-inbreuk en een Centrale Divisie die onder meer over de geldigheid oordeelt. Het Hof van Beroep zetelt in Luxemburg.2 Een belangrijk voordeel van de UPCA is dat het zorgt voor efficiëntere en eenvoudigere handhaving van octrooirechten. Op basis van een unitair octrooi kan in één rechterlijke uitspraak een beslissing worden verkregen over de inbreuk en geldigheid van het octrooi die werking heeft in alle deelnemende lidstaten. Dit elimineert de noodzaak van afzonderlijke nationale procedures en bijbehorende administratieve lasten.3
2.6.3.1 Regelgevend kader2.6.3.2 Het verbod in de bodemprocedure en in kort geding